Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 17 - 118. Tien jaar later [2/3]

zondag 28 april 2019

Vervolg van gisteren.




Toch werkte hij nog door tot april 2009. De laatste weken van zijn leven had hij zijn vaste dagelijkse plek rechtsonder op de voorpagina van de Volkskrant. Op 17 april verscheen zijn laatste, getiteld Boosheid:

Boze mannen heb je in soorten en maten. Ik heb daar nooit veel aandacht aan besteed, want ik vind boosheid eigenlijk de moeite niet waard...
Allereerst is daar de boze man, gespannen als een veer, die vastberaden zijn gelijk gaat halen. Vastberaden is hij op weg het nu te halen.
Dan is er de tweede boze man, die het niet helemaal zeker weet; niet dat hij twijfelt aan zijn boosheid, integendeel, maar hij is wel onzeker over het gelijk. Hij zou het weleens niet kunnen hebben. 
De derde boze man is boos omdat hij boos van huis vertrok, onderweg zijn boosheid verloor en nu alle moeite moet doen de boosheid weer op te roepen; er was toch, toen hij de voordeur achter zich dichttrok, een reden voor zijn boosheid?
Witte knokkels. 
De paraplu, zwaard en schild ineen.
Opengesperde neusgaten.
Bij het zebrapad waar de man moet oversteken, valt zijn blik op het kleine struikje paardenbloemen dat aan de voet van de paal omhoogklimt. Alle drie de boze mannen worden geraakt door de onnozele trefzekerheid van dit beeld. Het is een roestvrijstalen getuigenis van kracht, kleine kracht, oké, maar kracht. Als het oog erop valt, zie je het; kijk je toevallig een andere kant op, dan zie je het niet.
Maar alle drie zien ze het en reageren ze hetzelfde; virtuoos draaien ze de paraplu rond in hun hand, om hem op het laagste punt los te laten. De paraplu schiet als een veer omhoog, gaat open en begint boven het water van de gracht aan een elegante daling.
Mooi zat, denkt de oude man, en de boosheid sijpelt weg, want ongemerkt is het gaan regenen.



Vijf dagen later overleed hij. Een verschrikkelijk einde, zo hebben we kunnen lezen in de biografie De schelmenjaren van Martin Bril, die in 2009 – vijf jaar na Brils dood – verscheen.




“Het verzet is luid”, schrijft Astrid Theunissen en dat was letterlijk en figuurlijk, want er was lichamelijke pijn, maar ook geestelijke, omdat hij zich mislukt voelde als schrijver, maar nog meer als vader en echtgenoot. De grote roman die hij zou schrijven – het is er niet van gekomen; zijn huwelijk – hij maakte er een puinhoop van:

Het neuken ligt weer helemaal stil
Zei onlangs mijn vrouw, of ben je
Weer buiten de deur bezig?

Zijn twee dochters – hij heeft ze amper zien opgroeien, want hij had het druk: met het inhalen van verloren tijddus. Om nog meer geld te verdienen, nog meer vrouwen te versieren, nog meer roem te vergaren… Tegen een vriendin huilt hij: “Ik ga dood en ik heb alles verkeerd gedaan.”.

Wordt vervolgd 

Archief 2019