Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 18 - 45. Zoals Annie Schmidt het zag

vrijdag 07 mei 2021

Mooi bij haar eigen uitgeverij Schaep 14 zelf uitgegeven boek van Joke Linders over het werk van Annie M.G. Schmidt, op wier schrijverschap zij in 1999 promoveerde.



Het nieuwe boek



De handelsuitgave van Linders' dissertatie (1999)




De tekst van het achterplat van De tijd van elfjes is voorbij (ondertitel Zoals Annie Schmidt het zag):

We kennen Annie M.G. Schmidt als de koningin van woord en verbeelding voor grote èn kleine mensen. Ze maakte de leukste versjes, fantasierijke verhalen en innovatieve musicals. De laag daaronder – haar verbondenheid met de medemens, haar maatschappelijk engagement, haar kritische blik - is zeker zo geestig en verrassend, maar minder vaak tegen het licht gehouden. 

Uit de niet eerder gepubliceerde dagboeknotities van 9 tot 13 mei 1940, uit haar gedichten, liedjes, kinderboeken en columns valt af te lezen hoe Annie de wereld bezag. Betrokken, vanuit een vrije geest en met een onovertroffen verbeeldingskracht. De tijd van elfjes mag voorbij zijn, ’s avonds in het donker hebben dromen vrij spel. Honderdtien jaar nadat zij ter wereld kwam (20 mei 1911) blijken Annies observaties nog verrassend actueel.


Schmidts toneelwerk noemt het achterplat niet, terwijl het mooiste hoofdstuk (van acht) gaat over haar tweede toneelstuk, een voorstelling die ik mij goed herinner en waarin zoon Flip van Duyn meespeelde. Joke Linders:

Er valt een traan op de tompoes

[…] Dick (echtgenoot Van Duyn, FV) heeft meer dan genoeg van het leven. De medicijnen die hij moet slikken maken hem zo mogelijk nog somberder. Hij is amper in beweging te krijgen. De huisarts doet wat hij kan maar wil van euthanasie niets weten. Meneer is tenslotte niet ongeneeslijk ziek. “Ergens in die grauwe periode,” zo citeert Annejet van der Zijl (Schmidts biografie, FV), “in de vroege ochtenduren tussen vier en negen als Dick nog sliep en zij even respijt had van zijn verzorging, begon Annie aan een toneelstuk.” Zomaar, zonder opdracht, omdat het water haar over de lippen liep?

BEN       Helpen op een andere manier. Zorgen dat ik ’n middel krijg om…
SOFIE    Om in te nemen Zeg, ben je nou helemaal… Aaach, je bent in een depressieve bui, het gaat
              wel over.
BEN       Nee, dat is het juist, het gaat niet over. En ik verdom het om die hele… Om die hele
              eindfase
 
door te maken.
SOFIE    Wie heeft het nou over eindfase? Daar is helemaal geen sprake van. Als je nou ontzettende
              pijn had, maar dat heb je niet. Als je zo zwak was dat je niet meer kon bewegen, maar je
             loopt. Je eet, je drinkt, je lacht, je bent goed bij je hoofd.
BEN      Dat is het. Ik wil stoppen op een moment dat ik er nog bèn, als man, als brein. Een moment
             waarop ik nog zelf kan beslissen.

Een opmerkelijk, vrijmoedige discussie over een onderwerp dat begin jaren tachtig in de huiskamers van Nederland nog maar zelden te horen is. Hulp bij zelfdoding, hoe humaan ook, was toen nog strafbaar. De eerste rechtszaak in deze, oktober 1973 te Leeuwarden, bevestigt dat. Een arts die haar ongeneeslijk zieke en ondraaglijk lijdende moeder heeft ‘geholpen’, wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week met een proeftijd van een jaar. Geen zware straf, maar wel schuldig bevonden. Pas een kleine dertig jaar later, in april 2001, zal de wet Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding met een parlementaire meerderheid worden aangenomen. Hij is alleen van toepassing als er sprake is van een uitdrukkelijk verzoek van de patiënt zelf. Opnieuw een kwestie waarin Annie M.G. Schmidt een kwart eeuw op de zaken vooruitliep.







Het verhaal van haar tweede avondvullende toneelstuk, Er valt een traan op de tompoes, speelt in een doorsneefamilie (vader, moeder, dochter en schoonzoon, woonachtig in een flatgebouw. De man (Wim Kouwenhoven) ligt met kanker in het ziekenhuis. Zijn vrouw (Nell Koppen) weigert de ernst van de situatie onder ogen te zien. Ze is er vast van overtuigd dat hij zal herstellen en komt voortdurend met tompoezen aanzetten. Dat verandert als de man op Hemelvaartsdag uit het ziekenhuis ontsnapt om thuis een eind aan zijn leven te maken. Zijn vrouw wil en kan hem in die wens niet volgen. Dan komt een maîtresse opdagen die al jaren uit beeld is. Zij heeft de pillen waarmee de man zijn leven kan beëindigen. Hij slikt ze uiteindelijk niet. Dat zou voor het publiek wat al te onverteerbaar zijn geweest. Het gaat Annie om het bespreekbaar maken van dit onderwerp.
De echtgenote is het soort vrouw waartegen Schmidt zich al vaker heeft afgezet. “De vrouw van hoe-hoort-het, wat-denken-de-buren, kennissen, familieleden, het fatsoen.” De dochter die het allemaal wel best vindt zolang ze haar eigen ding kan doen en de maîtresse zijn afsplitsingen van Annie zelf. “’t Is heerlijk hoor dat je je op die manier kunt splitsen. Je tegenstrijdige gevoelens en meningen kunt uiten”, zal Schmidt later uitleggen. “Die twee kanten waren dramatisch gezien ook nodig. De ene vrouw zegt: het is onzin, je moet het niet doen. De ander: als iemand het wil, moet het kunnen.” Als je wat ouder bent of veel met ziekte te maken hebt, komen die vragen onherroepelijk op. Ook bij Annie thuis. De pillen die Dicks overlijden mogelijk moeten maken, liggen al klaar. Nog voor de première, eind september 1979, gaat Dick mee naar een try-out van de voorstelling. Hij had het stuk al gelezen en vond het goed, maar op de voorstelling zelf zou hij nauwelijks gereageerd hebben. “Hij vond het te ver van zijn eigen geval af staan.”
Omdat het stuk serieuzer is uitgevallen dan gebruikelijk bij Schmidt, laat ze in het programmaboekje een waarschuwing opnemen.

Aan mevr. Van Ergeren-Verstoord, Griefdorp

Lieve Geachte mevr. Van Ergeren,

Hoewel ik uw brief nog niet heb ontvangen – u schrijft ‘m immers pas morgenmiddag, na enig weifelen – wil ik u alvast mijn oprechte spijt betuigen. 
U wou een avondje leuk uit, zo schrijft u, om even het verdriet te vergeten over uw vader die een overdosis heeft ingenomen.
En nu krijgt u dit!
Terwijl de naam Schmidt toch voldoende garantie beloofde voor wat onschuldig amusement. Lachen en ziekte en dood: er is nauwelijks iets smakelozer te bedenken, zegt u.
Volkomen juist, maar ik geloof dat u het verwijt eerder moet richten aan de mensen in de zaal die af en toe harteloos genoeg zijn om te lachen dan aan de auteur die het stuk huilend heeft geschreven. 
Met vriendelijke groeten, Annie M.G. Schmidt. 

Het stuk trekt overal in Nederland volle zalen. Vermoedelijk omdat het een onderwerp betreft waar “je niet een, twee, drie met ja of nee op kunt antwoorden”. En humor biedt dan een fijn soort escape. “Een vlucht uit de realiteit. Lekker doorzeuren over koffie en thee, over jasjes en jurken.” Of in het geval van de familie uit Er valt een traan op de tompoes over zoiets burgerlijks als een barretje met doorgeefluik. 

 

Archief 2021