Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 52 - 365. Bette Westera: Zoenen

dinsdag 31 december 2019

Ik zag mijn vader zoenen met juf Ans,
in het portaaltje bij de afvalbakken.
Ik liep naar buiten om mijn fiets te pakken.
Hij geeft op school muziek en zij geeft Frans.

Mijn vader weet ervan, hij zag me staan.
Hij zei dat ik het beter niet kon zeggen.
Dat hij het zelf aan mama uit zou leggen.
Dat heeft hij volgens mij nog niet gedaan.

Ik denk niet dat juf Ans mij heeft gezien.
We moesten au revoir, je t’aime spellen.
Zal ik het aan mijn moeder gaan vertellen?
Ik had het goed gespeld. Ik kreeg een tien.

Mijn vader houdt zijn mond. Wat zal ik doen?
Er toch maar met mijn moeder over praten?
Ze heeft misschien nog steeds niets in de gaten.
Of was het echt alleen die ene zoen?

2019


Ruim drie jaar schreef ik hier elke dag over een lied of gedicht. Maar na vandaag is deze dagrubriek een weekrubriek en verwijst de nummering naar de weken van de kalender en niet langer naar de dagen. 

Zijn mountainbike verdwenen uit de schuur.
Geen vlokken meer op tafel van de Lidl,
maar chocoladehagel extra puur.
Alleen nog ecologisch afwasmiddel.

Geen Axe meer op het randje van het bad.
Geen papa-macaroni meer over vrijdag.
Zijn regenlaarzen van de keukenmat.
Een lege plek in bed waar vroeger hij lag.

Een kale plank in onze boekenkast.
Zijn telefoon niet langer aan de lader.
Zijn naam op de kalender doorgekrast.
Dat is er thuis nog over van mijn vader.


Het bijzonderste boek van het jaar – ook qua vormgeving – is net uit en mooier kan ik het jaar niet afsluiten. De uitgave kwam tot stand door een nieuwe topsamenwerking van dichteres Bette Westera en illustratrice Sylvia Weve. De laatste kon zich uitleven omdat ervoor is gekozen de pagina’s ‘Japans’ (aan de voorzijde) te vouwen, waardoor tekst en illustraties over de rand van de (ongesneden) pagina’s doorlopen. Werkelijk prachtig. Dat geldt ook voor de gewaagde thematiek.


Ik ga in de vakantie met mijn vader fietskamperen
en met mijn moeder vlieg ik voor een weekje naar New York.
Mijn vader eet met stokjes, van mijn moeder moet ik leren
om coq au vin te eten met een mes en met een vork.

Mijn moeder draagt graag blazertjes, te nauwe blauwe rokken
en snel kapotte panty’s uit een deftige boetiek.
Mijn vader heeft sandalen aan met geitenwollen sokken.
Hij houdt van Elvis Presley en mijn moeder van klassiek.

Mijn vader heeft een hekel aan colbertjes en aan pakken.
Hij draagt het liefst een spijkerbroek met sneakers en een vest.
Mijn moeder houdt van rode pumps met veel te hoge haken.
Aan spijkerbroeken heeft ze ongelofelijk de pest.

Mijn vader heeft een jas die echt ontzettend is versleten.
Mijn moeder houdt van lezen en van oesters en van vis.
Mijn vader maakt haast alle dagen vegetarisch eten.
Mijn moeder doet aan mindfulness. (Weet iemand wat dat is?)

Mijn moeder is een prater en mijn vader is een zwijger.
Mijn vader is een denker en mijn moeder doet maar wat.
Mijn moeder is een koningin, mijn vader is een krijger.
Mijn vader is een labrador, mijn moeder is een kat.

Ik kan maar niet begrijpen dat ze samen gingen wonen.
Ze zijn ontzettend lief, maar echt heel anders, ben ik bang.
En acht jaar samen voor twee zo verschillende personen,
dat vind ik achteraf gezien nog best behoorlijk lang.


Hun boek met jeugdgedichten over de dood was er al (lees hier); deze bundel behandelt, op bijzonder creatieve wijze, een ander zwaar onderwerp. Uit elkaar is de titel. 

Ze droeg een witte jurk met kanten stroken toen ze trouwde.
Een mooie, witte trouwjurk, en ze keek ontzettend blij.
Ze zou voor altijd van Enrico’s vader blijven houden,
dat zei ze op die feestelijke donderdag in mei.

Nu wil ze niets meer weten van de vader van Enrico.
Ze zegt gekwetst: ‘Ik heb me echt enorm in hem vergist.’
De foto’s van hun trouwdag smeet ze woedend in de kliko.
Enrico heeft het album er voorzichtig uit gevist.

Hij zat al in haar buik, dat kon je zien. Hij was erbij
tien jaar geleden, op die mooie donderdag in mei.





Van de achterflap:
Liefde is iets onbegrijpelijks. Mensen worden heel erg verliefd op elkaar. Ze gaan samenwonen en misschien trouwen, ze krijgen kinderen en zijn gelukkig samen. Maar soms gaat de liefde na een poosje over en besluiten ze weer uit elkaar te gaan.

Dit boek staat vol gedichten over liefde die overging. Toch is het niet alleen maar een verdrietig boek. Want hoe naar het ook is als je ouders uit elkaar gaan, en hoe moeilijk het ook kan zijn als ze opnieuw verliefd worden, soms gebeuren er toch weer dingen waar je blij van wordt: je krijgt eindelijk de grote broer die je altijd al zo graag wilde, je hebt er opeens een nieuwe opa en oma bij, je voelt je in allebei je kamers even thuis en je mag in de zomer twee keer mee op vakantie.

De veelbekroonde Bette Westera en Sylvia Weve kunnen als geen andere moeilijke onderwerpen speels in woorden en beelden vatten. Soms hoopvol, soms schrijnend, maar altijd gevoelig en origineel: de gedichten weten stuk voor stuk te troosten, te ontroeren en te verrassen. 

Sylvester heeft twee vaders,
eentje echt en eentje stief.
En allebei die vaders
vindt Sylvester even lief.

De ene bakt op zaterdag
voor al zijn vriendjes friet.
Dat is ontzetting handig,
want de andere kan dat niet.

De andere leert hem gamen,
want daar houdt hij zelf zo van,
en schaken op de iPad,
wat die ene weer niet kan.

Sylvester heeft twee vaders,
en dat bevalt hem goed.
Hij wil er best nog eentje bij,
als dat van mama moet.


Nou, nog eentje dan:

Zijn eerste moeder heeft hij nooit gekend.
Ze heette Joyce, ze was opeens verdwenen.
En toen hij net aan Anja was gewend
werd papa weer verliefd. Toen kwam Irene.

Nu woont zijn vader samen met Chantal,
en hij dus ook. Nu gaan ze overleggen
hoe hij zijn nieuwe moeder noemen zal.
Hij zou zo graag eens mama willen zeggen…


En tot slot:

Als Madelon voor Moederdag
iets maken moet of maken mag,
dan komt ze altijd tijd tekort,
waardoor haar werk heel slordig wordt.

Ze maakt een schaal en nog een schaal.
Ze horen rond en niet ovaal.
Wanhopig knijpt ze in haar klei.
Het knutseluurtje vliegt voorbij.

Twee scheve schalen, groen en rood.
Totaal mislukt, ze schaamt zich dood.
Twee scheve schalen, rood en groen.
Soms is twee moeders niet te doen.


Archief 2019