Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 38 - 193. Louise Glück: De nachtelijke trek

woensdag 22 september 2021

Dit is het moment waarop je weer
de rode bessen van de kraalboom ziet
en in de donkere lucht
de nachtelijke trek van de vogels.

Het doet me verdriet te denken
dat de doden ze niet zullen zien – 
deze dingen waar we op rekenen,
ze verdwijnen.

Hoe zal de ziel zich dan troosten?
Ik zeg tegen mezelf misschien heeft ze
deze pleziertjes niet meer nodig; 
misschien is gewoon niet zijn domweg genoeg,
hoe moeilijk voorstelbaar ook.

2021


Voor het eerst verschijnt de poëzie van de Amerikaanse dichter-essayist Louise Glück (1943) – winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur 2020 – in het Nederlands. Althans in boekvorm, want Erik Menkveld publiceerde al werk van haar voor Raster (lees hier).
De tweetalige bundel is vertaald door een andere dichter: Radna Fabias (1983), die eerder werk vertaalde van onder anderen Jorge Luis Borges, Charles Bukowski en Walt Whitman. Over haar schreef ik al vaker (zoals hier).






Averno is de titel; in december volgt Winterrecepten van het collectief

De nachtelijke trek is het openingsgedicht. Dit is het origineel:

The night migrations

This is the moment when you see again
the red berries of the mountain ash
and in the dark sky
the birds' night migrations.

It grieves me to think
the dead won't see them—
these things we depend on,
they disappear.

What will the soul do for solace then?
I tell myself maybe it won't need
these pleasures anymore; 
maybe just not being is simply enough,
hard as that is to imagine.

2006

Archief 2021