Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20222021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint al ruim vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur en -directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 27 - 51. Ingezonden brieven

vrijdag 08 juli 2022

Middelmatige dichter

De ongebreidelde lofzang op Remco Campert roept vraagtekens op. Waarom is het zo geweldig dat hij als ‘Vijftiger’ een einde maakte aan de lyriek en ‘volledig opnieuw’ begon? Het lijkt me vooral een sterk staaltje van ‘angry young man’ gedrag. Want wat was er mis met prachtige klassieke Nederlandse dichters als Achterberg, Leopold, Nijhoff, Roland Holst en Eybers – om maar wat te noemen? En wat heeft al die ‘vernieuwing’ opgeleverd? Sinds het rijm is afgeschaft zijn legio ‘dichters’ opgestaan en hebben met hun onbegrijpelijk gebrabbel een groot poëzieminnend publiek van zich vervreemd. Het werk van Campert is middelmatig en zinnen als ‘de dood is de stilte in de zaal…’ en ‘de dood is een ontroering’ klinken prachtig maar iedereen die wordt geconfronteerd met de dood weet dat ze volkomen misplaatst zijn. De dood is verschrikkelijk en veroorzaakt onnoemelijk veel lijden. Laten we Campert benoemen naar wat hij is: een verdienstelijk society dichter en goed entertainer. Naadloos passend in het Amsterdamse coterietje en dus beroemd in Nederland.


Esther Schnerr
Heemstede


Bovenstaande ingezonden brief vandaag in de NRC. Waarom is die geplaatst? Ook weer een redacteur die denkt dat je elk tegengeluid een podium moet bieden, ook al klinkt er onzin? 
Zet mij met Marcella Mesker aan de talkshowtafel en bij elke relevante vraag die ik krijg over het tennis op Wimbledon, zal ik antwoorden dat je daarvoor bij haar moet zijn en niet bij mij. 
Mevrouw Schnerr snapt niks van poëzie. Alleen deze bewering al: sinds het rijm is afgeschaft, klinkt er onbegrijpelijk gebrabbel... En Elisabeth Eybers is geen Nederlandse, maar een Zuid-Afrikaanse dichter. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar waarom zou ik?

Woensdag stond deze ingezonden brief van een bekende in de Volkskrant. Die ontroerde mij.


Weder

Maandagochtend om half twaalf stuurde mijn 19-jarige dochter, op ontdekkingstocht in Berlijn, mij een appje. 'Remco Campert overleden.' Ik had het nog niet gehoord. Alles heeft zijn tijd, maar het nieuws maakte mij stil.
Met weemoed dacht ik meteen terug aan een korte briefwisseling die ik onderhield met de grote dichter in het voorjaar van 2006. Gerard Reve was overleden en hij had erover geschreven op zijn vertrouwde stek op de voorpagina van deze krant. 
Weder heette zijn column.
Ik vond het zo mooi dat ik de stoute schoenen aantrok en hem aanschreef. Om hem te bedanken, niet alleen voor zijn mooie woorden aan het adres van de Volksschrijver, maar meteen maar voor zijn hele oeuvre, waarvan ik, als zovelen, een liefhebber ben. 
Een antwoord verwachtte ik niet. Maar het kwam wel, een maand later. Hij verontschuldigde zich dat hij niet eerder had kunnen terugschrijven. De reden: er kwam een nieuw boek aan en alles daaromheen kostte veel tijd. Hij had mijn woorden 'lichtjes blozend' gelezen. 'Ik ben u er dankbaar voor' schreef hij. 'Ik stuur u hierbij het origineel van 
Weder op, in de hoop dat u het wilt aanvaarden.'
De stilte die over mij kwam toen ik, volkomen beduusd, zomaar zijn laatste saluut aan Reve in originele staat in handen had, getikt op zijn eigen schrijfmachine, met een enkele doorhaling en verbetering, gesigneerd en wel, diezelfde stilte was er opnieuw op maandagochtend toen ik van mijn dochter hoorde dat hij was overleden.
Toen zij twee jaar geleden de leeslijst voor haar eindexamen Nederlands moest samenstellen adviseerde ik haar om Remco Campert erop te zetten. Ze deed het en dook in zijn gedichten. De manier waarop ze al snel over zijn poëzie sprak herinnerde mij met ontroering aan mijn eigen eerste kennismaking met zijn prachtige werk.
In 
Weder schrijft Campert over Gerard Reve: 'Zijn binnenkomst in ons leven is altijd blijven nazinderen. Hij droeg bij aan wie wij werden.' Dat geldt ook voor Remco Campert zelf. Hij blijft nazinderen. Hij droeg bij aan wie wij werden. Getuige het berichtje van mijn dochter vanuit Berlijn heeft hij ook de jonge generatie van nu blijvend geraakt.
Rust zacht, Remco. In grote dankbaarheid voor je taal. Altijd maar je taal.

Diederik van Vleuten
Driehuizen 

Archief 2022