Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 45 - 107. Bram [3/3]

vrijdag 12 november 2021

Vervolg van gisteren.


Onlangs verscheen Het eeuwig jongenshart, een keuze uit Dagboeken van Bram Vermeulen. Samensteller (en vroegere Neerlands Hoop-manager) Just Enschedé citeert op zondag 1 juni 2003: 

Liederlijke avond in mijn eentje. Bar BQ, Duvel, rode wijn. Als ik in de sloot wil pissen, sta ik op los gras en val erin. Koppie onder. […] Ze (Brams vrouw Shireen Strooker, FV) komt net thuis als ik het bed in wil gaan. Denkt dat ik vlucht. Ik ben te dronken om te praten of te lopen. Boven aan de trap. Dit is dus de bodem. In je eentje straalbezopen worden. Had ik de paaltjes geraakt in de slot, was ik verdronken. 








In Veghel vertelde ik 5 november dat ik door deze dagboekaantekening opeens zeker wist dat Bram zijn dagboeken schreef met het oog op publicatie ervan. Daarvoor kleurde hij gebeurtenissen anders in, zoals deze anekdote. De werkelijkheid was anders, zo hoorde ik, kort na dit plaats delict, uit de monden van Shireen en Bram zelf.

Voor alle verstandige niet-drinkers onder mijn lezers: alcohol vermindert – zeg gerust: verhindert – de transportatie van herinneringen uit het geheugen van de korte termijn naar de lange termijn. Vandaar dat dronkaards de volgende ochtend niets meer weten van de avond ervoor.

Toen Shireen thuiskwam, stond Bram niet bovenaan de trap, maar lag hij nog in de sloot. Met zijn hoofd op de grasrand. Zij schrok zich rot, want zij dacht aanvankelijk dat hij dood was. Maar hij ademde nog, rilde (van de kou) en snurkte (van de drank). Toen zij hem – voor de zoveelste keer niet als minnares maar als hoofdzuster – uit zijn natte kleren en in zijn warme bed hielp, lalde hij dat hij niet dronken was, maar deze avond belangrijk onderzoek in die grasrand deed. De verpleegster deed er het zwijgen toe.

In haar rol als geliefde vroeg zij hem de volgende ochtend waarnaar hij de vorige avond zulk important onderzoek had gedaan. Bram overschreeuwde zich dikwijls gênant, maar nu keek hij haar slechts vragend aan, zich niets herinnerend van een onderzoek of de sloot waarin dat viel. Of hij zich dan nog wel herinnerde hoe zij hem die late avond aantrof? Het bleef stil.

Archief 2021