Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 34 - 76. Dijks tumult in 150 woorden [1/2]

vrijdag 27 augustus 2021

Maar liefst vier mensen die mij meteen aanspreken. 
“Sprong je niet op tijd aan de kant voor die aso?,” wil de eerste weten, “Iedereen scheurt hier ook veel te hard.”
“Overduidelijk geen mensen van hier,” zegt een ander, “van dat ordinaire geschreeuw op straat zijn we hier niet gediend.”
“Waarom rijden mensen in 2021 nog in een legerjeep?”, vraagt de derde zich hardop af: “Boek een enkeltje Afghanistan.” 
“Ik heb het nummerbord genoteerd,” fluistert de oplettende vierde, die alles aangehoorde, ernstig: “je moet de politie bellen. Regelrechte bedreiging.”

“Nee hoor,” antwoord ik, “ik ken deze man; heeft een explosief kort lontje. Wie schreeuwt, denkt niet meer na en tja, dan ga je zulke domme dingen zeggen.”
“Maar toch…”, vervolgt de laatste spreker, die zwijgt als hij ziet dat mijn laatste woord erover gezegd is. Maar wat een ordinaire vertoning op deze vredige vrijdagmiddag op nota bene onze devote middeleeuwse dijk. 


Wordt vervolgd! 

Archief 2021