Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 4 - 9. Laatste keer

donderdag 28 januari 2021

Met zijn verzwakte stem spreekt hij dinsdag mijn voicemail in. Maakt vanuit Frankrijk nog een laatste rondje langs het vriendenveldje. Of ik hem maar niet terug wil bellen, want hij is vaak te verzwakt; hij zal zelf weer contact opnemen. Vanaf dat moment ben ik bereikbaar, waar en wanneer dan ook; een nieuw gesprek wil ik niet missen.

Al deze donderdagmiddag belt hij godzijdank weer. Nee, nu niet verdrietig zijn. We zijn zowat even oud. Hoe lang hebben we elkaar gekend? Bijna vijfendertig jaar. Laten we dankbaar zijn voor de vriendschap. Wat hebben we veel meegemaakt. 

Hij is niet bang voor wat komt en het einde is geregeld: het sterven, het begraven – ja, begraven, want hij is katholiek, zij het niet praktiserend. Hij mag in Frankrijk blijven, zowat om de hoek van waar hij woont. Of er iets is na de dood? Nee, niets. Maar we hebben allebei de nodige mensen en dieren zien sterven en weten: op het moment dat de dood intreedt, gebeurt er iets waarvan wij ons niet bewust zijn. Opeens ligt daar nog slechts het stoffelijk omhulsel en de ziel - of noem het liever energie - is weg. Maar waarnaartoe? Mee gestorven of toch…

Wat blijft is de herinnering. “Ik ben niet echt dood moet je weten, het is maar een lichaam dat ik achterliet; dood ben ik pas als jij me bent vergeten”, zong Bram Vermeulen. Ach Bram en Coen en Bert en Maarten en binnenkort…

Nee, ik zal hem nooit vergeten. En ik ontmoet hem in zijn werk hier in huis: schilderij in opdracht (van de liefste hond die ik ooit had), gekochte en gekregen tekeningen, beschilderde vaas, uitgegeven boeken en cd’s... Ik zit, zoals in dit logboek vaak geuit de laatste maanden, in een grote opruimfase. Maar van hem gaat niets weg. Totdat ik... We zijn bijna net zo oud. 

Archief 2021