Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 51 - 119. I.M. Harry Kies

vrijdag 25 december 2020

Maar 67 jaar is hij geworden: voormalig cabarettycoon Harry Kies. 






Als hij 25 jaar is en Nederlands studeert, organiseert hij het eerste Leids Cabaretfestival. Onbedoeld. Het is 1977 en hij is voorzitter van de lustrumcommissie van Augustinus, zijn studentenvereniging. De commissie wil iets organiseren waar ook niet-studenten iets aan hebben. In twee zaaltjes laat zij nieuwe theatermakers spelen. Maar het Leids Dagblad schrijft dat in Leiden hiermee een nieuw cabaretfestival is geïntroduceerd. Bovendien komen er vierhonderd mensen op af. Ja, dan toch maar een cabaretfestival.

Een jaar later, in 1978, is de eerste editie. Nog zonder jury, want de organisatie wil geen competitie. Zij nodigt vijf talentvolle groepen uit die het genre cabaret in al zijn facetten belichten. Een jaar later ontwikkelt het festival zich verder. De organisatie selecteert de deelnemers uit de aanmeldingen die binnenkomen via videobanden of muziekcassettes. De beste kandidaten krijgen een bezoek, tijdens een optreden of, als dat er niet is, een thuisrepetitie. De uiteindelijke zes deelnemers spelen nu wèl voor een jury, die drie deelnemers selecteert voor de finale. De finalejury beoordeelt en doet verslag, maar van een juryprijs is nog geen sprake. De organisatie: “Het is onzes inziens niet juist een wedstrijd op grond van inhoud te organiseren. Wel kan de jury haar voorkeur voor een of meer deelnemers kenbaar maken.” Editie-1979 introduceert wel de Publieksprijs. Die prijs wint Cabaret Dubbel & Dwars een paar jaar later, in 1982. Het festival ontwikkelt zich ook daarna verder: er komt wèl een juryprijs, er komt professionele begeleiding voor de deelnemers via een workshopweekeinde vooraf en tijdens het festival zelf, de finalisten kunnen zich aan een breder publiek gaan presenteren via een theatertour et cetera…

Het Delftse (en later Rotterdamse) cabaretfestival Cameretten bestaat al sinds 1966. Het Leids Cabaretfestival wil zich onderscheiden, maar Kies’ bloed is van nature toch al vuurrood en dus krijgt dit Leidse festival zijn landelijk onderscheidende identiteit als festival voor “persoonlijk en eerlijk” geëngageerd cabaret. Harry, in een interview uit 2011: “Wij waren van de sociaal-democratische generatie van Den Uyl. De samenleving was maakbaar en de zwakken moesten worden beschermd tegen de uitwassen van het kapitaal. Het Leids festival moest dus maatschappijkritisch worden. Door het Ik-tijdperk aan het eind van de jaren tachtig is dat uitgangspunt wel wat meegegroeid met de tijd. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot cabaretiers die zich hebben losgeworsteld aan de dogma’s van hun jeugd. En niet alleen maar kwaad en boos zijn.”

Wat helpt, is dat de spil van Cabaret Dubbel & Dwars Jack Spijkerman is. Tijdens de grote anti-kernwapendemonstratie op het Amsterdamse Museumplein, november 1981, zien velen in hem per abuis Freek de Jonge of ze dichten hem dezelfde kwaliteiten toe. Theatertjes en zaaltjes willen de groep graag boeken, maar Jack geeft overdag les en mist daardoor de telefoontjes. ’s Avonds zijn de theater-, buurthuis- en jeugdhonkprogrammeurs niet meer bereikbaar. Om die situatie te doorbreken, komt het nummer van Harry op Jacks antwoordapparaat te staan, waardoor de student - inmiddels overgestapt op Sociologie - zijn bijbaantje in een verffabriek kan opzeggen. Voor elk optreden dat hij weet te boeken, krijgt hij immers vijftig gulden. Er komen meer festivaldeelnemers die zich graag door hem laten vertegenwoordigen, zoals Cabaret 1983 (winnaar in 1983) en Cabaret Zak & As (winnaar in 1985). In 1985 richt hij daarom zijn eigen theaterbureau op: STEEK-produkties: Stichting Engagement Kultuur – produkties en Kultuur natuurlijk met een k

Als Harry Kies Theaterproducties ontwikkelt het bedrijfje zich in de jaren negentig tot het (nog altijd) meest invloedrijke cabaretimpresariaat, met in ‘de stal’ destijds onder anderen Lenette van Dongen, Wim Helsen, Marc-Marie Huijbregts, Dolf Jansen, Sara Kroos, Lebbis (Hans Sibbel), André Manuel, Erik van Muiswinkel, Kees Torn, Diederik van Vleuten en Waardenberg & De Jong. Inmiddels zijn daar bijzondere makers aan toegevoegd als Daniël Arends, Tim Fransen, Martijn Koning, Patrick Laureij en Katinka Polderman. Inhoud en engagement staan nog altijd hoog in het vaandel.
Ook de invloed op het amusement van de VARA is altijd groot geweest. Harry: “Bij de VARA kon je makkelijk binnenkomen. Voor de VPRO was cabaret te weinig erudiet. VARA-voorzitter Marcel van Dam had in de gaten dat die creatieve cabaretiers iets voor de omroep konden betekenen. In eerste instantie op de radio op nachtelijke achterafuurtjes, maar al snel op prime time met De Steen en Been-show en Spijkers met Koppen met Jack Spijkerman en Dolf Jansen en met opnamen van het Leids Cabaretfestival. Op televisie had je onder meer Kopspijkers, ook weer met Jack Spijkerman, en kreeg je eerst kleine blokjes Cabarestafette en daarna de theaterregistraties. De omroepen moeten een bepaald percentage aan kunst uitgeven en de VARA heeft ervoor gezorgd dat cabaret onder kunst viel. Heel verstandig.”

Cabaretestafette valt. Harry: “Hans Liberg verzon de naam, maar het initiatief is van mij en George Visser. Drie cabaretacts van verschillende impresariaten worden aan elkaar gekoppeld en spelen hun beste halve uurtje. De programmeurs zagen wie ze volgend jaar avondvullend zouden boeken. De Grote Drie - Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld - konden elkaars bloed wel drinken. Maar deze jonge gasten zaten bij elkaar in de auto naar Sittard en bleven daar dan tot zes uur ’s ochtends schaken, praten en drinken. Tijdens die Cabarestafettes is een generatie van cabaretiers ontstaan die elkaar het licht in de ogen gunt, en die in allerlei samenstellingen op het podium en voor radio en televisie met elkaar hebben gewerkt.”






In 2003 viert het Leids Cabaretfestival zijn 25-jarig jubileum. Ik mag het jubileumboek samenstellen. Helga Voets en Geert Vriend vormen de redactie, niet Harry. Die dringt zichzelf op dat moment al meer naar de achtergrond. Hij maakt een wereldreis en concentreert zich vervolgens op het produceren van muziektheater. Harry: “Die producties mochten geen vrijblijvend kijkspektakel zijn. Het is een mooie manier om de liedschrijfkunst een stimulans te geven, want dat vak is de afgelopen vijfendertig jaar verwaarloosd. In het cabaret is een liedje vaak een pauzemoment. In een goed liedje in een muziektheaterproductie kun je poëtisch een metafoor uitwerken en dingen zeggen die je niet in een dialoog kwijt kunt. Ik werd onderdeel van een creatief team en niet alleen coach en heb ervoor gezorgd dat de schouwburgen participanten in de kosten werden.”

Door onder meer de veelheid aan musicals loopt de publieke belangstelling voor dit initiatief steeds verder terug. Reden voor Harry om daarmee te stoppen – om er helemaal mee te stoppen zelfs, op zijn 57ste. Op 1 augustus 2011 draagt hij zijn bedrijf over aan Helga Voets, die dan al vijftien jaar bij het impresariaat werkt. Er komt een nieuwe naam: Bunker Theaterzaken – een knipoog naar Helga’s lievelingsboek: John Fantes Dreams from Bunker Hill. De formule blijft ongewijzigd: ook Helga houdt er niet van via mail of telefoon te boeken. Zoals Harry al zei: “Ik wil weten hoe het kantoor in Meppel en Hoogeveen ruikt.”

En over zijn eigen succes: “Het is lang sappelen geweest, schouwburgen durfden cabaret niet te boeken. Het is een zakelijk product en het heeft jaren geduurd voordat we het consumentenvertrouwen hebben veroverd. Cabaret werd in kunstkringen met de nek aangekeken, want je had er geen opleiding voor nodig. Uiteindelijk kregen wij 35 procent van de cabaretmarkt in handen. Ja, we hebben wel eens een paar miljoen omzet per jaar gehad, maar ook die miljoenen kosten. Het produceren van theater is zeer kostbaar. Ik kan met “vervroegd pensioen”, maar dat is vooral omdat ik altijd een heel matig bestedingspatroon heb gehad in mijn leven. Macht heb ik nooit gehad, wel invloed: bij de VARA, de schouwburgen. Maar we hebben dan ook een steengoed product.“

En over de huidige stand van zaken in het cabaret: “Het eerste programma van een jonge cabaretier wordt meestal in anderhalf jaar gemaakt en is het resultaat van vele jaren nadenken en observeren. Voor het tweede is dan meestal nog wel genoeg stof over. Maar het derde is in veel gevallen cruciaal. Dan is er eigenlijk te weinig tijd geweest om iets nieuws te maken. Terwijl het vierde alweer in de planning staat. Ooit heb ik me sterk gemaakt voor een subsidietraject waarin beginnende cabaretiers de kans zouden krijgen om aan nieuw materiaal te werken zonder meteen weer te moeten optreden. Dat is niet gelukt, omdat cabaret niet als kunst wordt beschouwd. Het gevolg is dat allerlei jonge cabaretiers na een paar jaar zijn uitgewoond. Dan zijn er geen inhoudelijke motieven meer voor een nieuw programma; dan wordt het een winkel die moet draaien. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.”

Harry Kies heeft aan de wieg gestaan van mijn Koningstheater, dat september 1997 zijn deuren opende. In het voorbereidende jaar heeft hij mij – die het theater het best kende als liefhebber en criticus – voorbereid op het directeur- en programmeurschap – oftewel op de kwaliteiten die nodig zijn voor het artistiek en zakelijk leiden van een professioneel theater. De vele ontmoetingen die we toen en later hadden, zijn en blijven me dierbaar, ook omdat het altijd ergens over ging, behalve over koetjes en kalfjes. Met Helga en Geert is dat nooit anders geweest.
Het bedroefde mij dan ook zeer een half jaar geleden te vernemen dat Harry ernstig ziek was en niet beter kon worden. Zijn dood, in de kerstnacht, komt later dan verwacht, maar zorgde toch nog voor een schok. Ik hoop dat de extra tijd die hem gegeven was, waardevol voor Marijke [*] en hem is geweest. 

[*] 
Zijn vrouw Marijke is de Marijke Reijnders over wie ik onlangs nog schreef; zij was in 2006 verantwoordelijk voor de beeldregistratie van Scrooge (lees hier). 

Archief 2020