Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 50 - 115. Door de tralies schijnt geen zon

zaterdag 19 december 2020

De tegenstelling tot Willem Santema kan niet groter. Journalist Kees Schaepman beschrijft in zijn biografie de Opkomst en ondergang van een journalist het leven van landverrader nummer een, Max Blokzijl. 






Van het achterplat:
Journalist, radiomaker en NSB’er Max Blokzijl (1884-1946) was na de bevrijding van Nederland de eerste die terechtstond voor een ‘Bijzonder Gerechtshof’. Hij had geen bloed aan zijn handen – het waren zijn eigen woorden die hem ten laste werden gelegd. 

Blokzijl leefde als een getalenteerd zondagskind. Hij vierde triomfen als begeleider van Jean-Louis Pisuisse, de ‘Vader van het Nederlandse Cabaret’, was tijdens de Eerste Wereldoorlog frontverslaggever, werd correspondent in Berlijn voor het Algemeen Handelsblad en was overal bij in de woelige, spannende jaren van de Weimar Republiek. Hij was een patriot met liberale opvattingen en een afkeer van geweld, maar ontwikkelde zich in de jaren dertig tot een volbloed nationaalsocialist, inclusief het bijbehorende antisemitisme. Na de capitulatie van het Nederlandse leger keerde Blokzijl terug naar Nederland en hield voor de radio causerieën waarin hij commentaar leverde op zaken als de bezetting, de strijd tegen het communisme en de betekenis van Hitler. 

Voerde Max Blokzijl daarmee propaganda in dienst van de bezetter of gaf hij alleen zijn mening? Toen Blokzijl na de bevrijding terechtstond, had de aanklager daar geen twijfels over: Blokzijl was de stem van de duivel geweest, die trachtte het geloof van het Nederlandse volk aan het wankelen te brengen.

In het vroege voorjaar van 1946 stond Blokzijl voor het vuurpeloton. Eén keer in zijn leven had het zondagskind domweg pech. Andere collaborateurs, die later voor ernstigere feiten werden veroordeeld, kwamen er lichter vanaf.






In zijn voortreffelijke boekbespreking in NRC-Handelsblad schrijft Pieter van Os (18 december):
In Berlijn verging het Blokzijl goed, hoewel hij zich zorgen maakte over het vervagen van zijn roem. (Van Os doelt op de roem met Pisuisse, die in 1927 werd vermoord, fv.) Zo ergerde het hem mateloos dat zijn naam zelden prijkte onder de artikelen die hij schreef.
Biograaf Kees Schaepman […] illustreert aan de hand van talloze citaten (onder meer uit brieven van compagnon Pisuisse) hoe sterk het ego van Blokzijl was ontwikkeld; hoe verzot hij op uiterlijk vertoon was (uniformen, graag) en hoe slecht hij kon luisteren, toch een doodzonde voor een journalist. Kortom, al ver voor Blokzijl eind 1940 terugkeert naar Nederland om zich daar te ontpoppen tot de beruchtste en meest effectieve propagandist van het nationaalsocialisme, heeft de lezer al een beeld van een opgeblazen, semi-getalenteerde dikdoener. […] 

Uit Schaepmans uitstekend gedocumenteerde boek is op te maken dat de correspondent hetzelfde lot was beschoren als zoveel inwoners van het land dat hij observeerde. Van het ridiculiseren en zelfs afwijzen van Hitler ging hij, via twijfel en gemopper, naar bewondering. Daarbij lijkt 1938 een scharnierjaar. Na de Kristallnacht schrijft hij vol medelijden over de slachtoffers, maar in hetzelfde jaar bejubelt hij de verjaardag van Hitler in zinnen die je als Nederlander het schaamrood naar de kaken jaagt – want ‘wij’ Nederlanders vonden dat soort teksten destijds volstrekt normaal in een liberaal dagblad. Blokzijl […] was ‘native’ gegaan, een term die diplomaten gebruiken voor collega’s die te lang buiten Nederland hebben gewoond. 
Eenmaal terug in Nederland zou hij een hoge functie krijgen in het nieuwe, nationaalsocialistische Departement van Volksvoorlichting en Kunsten en vanaf 1941 zou hij honderden radiopraatjes houden. Ze werden opvallend goed beluisterd. […]

Waarom was Blokzijl de enige NSB’er die in staat was een groot publiek te bereiken? ‘Omdat hij geen charlatan is’, argumenteerde historicus Loe de Jong. Hij was geen ‘marionet van een sinistere opdrachtgever’, aldus De Jong, maar ‘hij meent wat hij zegt’. Ook de aanklager in zijn strafproces prees Blokzijl om de kwaliteit van zijn propaganda. Die had niets te maken met ‘het malle gedoe en dolzinnige gebral van de NSB’, waar ‘de mensen alleen maar om gelachen’ hadden, zei hij: ‘Wat Blokzijl deed was duizendmaal erger. Hij kende de gevoelens van ons volk door en door.’

Was dat reden voor de doodstraf? De aanklager kwam in het proces met dertien passages uit Blokzijls radiopraatjes. Daarin moest vooral de regering in Londen het ontgelden. Hoe erg is dat precies? Biograaf Schaepman concludeert dat Blokzijl in het strafproces vooral werd kwalijk genomen dat hij ‘een masker van redelijkheid’ had gedragen. 
Zijn misdaad was duidelijk: landverraad. Blokzijl had de verkeerde kant gekozen en die keuze tot het einde toe fanatiek uitgedragen. Oorlogsmisdaden had hij niet gepleegd.

En dan het sterke slot van Van Os’ recensie:

Rechters buigen mee met de tijdgeest en die was in 1945 opgeschud, door de oorlog. Want het moge duidelijk zijn dat in de huidige tijd niemand meer veroordeeld wordt voor de dingen die Blokzijl zei. Oké, wellicht alleen voor de antisemitische terzijdes in Blokzijls radiopraatjes (‘rijke Joden zonder vaderland’) en Schaepman wijst erop dat Blokzijl zeker ‘minder’ zou hebben geantwoord op de vraag of hij meer of minder Joden in Nederland wilde. Maar antisemitisme werd hem in zijn strafproces niet voor de voeten geworpen. En ook daarmee vertelt het vonnis meer over Nederland dan over Blokzijl. In die eerste maanden na de Duitse capitulatie had Nederland immers tamelijk merkwaardige prioriteiten. Talloze fanatieke ‘Jodenjagers’ mochten hun positie bij de politie behouden, terwijl de overheid slachtoffers die terugkeerden uit de concentratiekampen maande tot het betalen van achterstallige belasting – opgelopen tijdens hun afwezigheid. Schaepmans biografie voegt hier nog een illustratie aan toe: een man met radiopraatjes kreeg de volle kracht van het rechtsapparaat aan zijn broek en een kogel door zijn hoofd.

Geweldige biografie!

Archief 2020