Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug
naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links:
daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m L,
deel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z),  2019 en 2018 en
de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 38 - [3/6] Bij de komst van een nieuwe hond [3/6]

dinsdag 22 september 2020

Vervolg van gisteren.


Bobbel
 

Maandag 23 september 2013 

Het is een jaar geleden als ik een weekboek wijd aan onze adoptiehond Bobby. Heel kort door de bocht: wij halen hem op bij een opvangadres in Vlaanderen en vernemen dat hij is gedumpt door jongeman P. wiens vriendin J. niets heeft met honden. Zij stelt hem voor de keuze: of die hond eruit of ik vertrek. 

Maar als wij in contact komen met die vroegere baasjes, spreekt opeens een heel andere, veel schrijnender waarheid. Dat Bobby niet meer bij hen woont, is het gevolg van een dramatische gebeurtenis, gevolgd door een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden. Niks gebrek aan liefde; juist de liefde voor het beest wordt hun fataal… 

Vanaf dat moment houden we de mogelijkheid open dat Bobby’s toenmalige baasje hem eens komt bezoeken. Om te zien hoe goed het met Bobby gaat; om eindelijk te kunnen berusten in het afscheid na negen jaar. 
Aanvankelijk is een foto als bijlage bij een mail al reden voor P. voor een dag vol verdriet. Maar later wil hij het toch aan: de liefde voor zijn hond van wie hij houdt, wint het van de angst voor de pijn waarvoor hij vreest. We spreken af dat hij zondagmiddag 22 september 2013 een bezoek aan ons brengt. En hij komt… 

M. is buiten als ze een auto met Belgisch kenteken ziet aankomen. P. heeft me die ochtend gemaild dat, behalve vriendin J., ook zijn moeder meekomt. Geen probleem natuurlijk: Bobby leefde acht jaar van zijn leven in haar gezin. 
Als ze voor de deur parkeren, laat ik Bobby naar buiten gaan en hij springt van vreugde om de herkenning bijna de auto in. En wat er daarna allemaal gebeurt… Hij rent heen en weer tussen moeder en zoon, springt van blijdschap bij hen op schoot en er weer af en weer op en weer af en weer… 
Ik stel voor dat we met de honden gaan wandelen en we zonderen ons wat af van P. en Bobby, zodat ze even samen kunnen zijn. En daarna… Ja, daarna. 

Ze komen om 12 uur en tussen dan en 15 uur herhalen ze de mooiste momenten met elkaar. Zakdoeken komen tevoorschijn, worden weer opgeborgen en opnieuw gepakt. Het High-Five-commando blijkt hij nog te kennen, evenals het doodliggen en nog veel meer. 
Wij zien Bob zoals we hem nog nooit hebben gezien en mogelijk ook nooit meer zullen ontmoeten. Totale overgave aan hun liefde, aan een diepgeworteld verbond van jaren waarvan wij geen weet hebben, waarop wij geen invloed hebben. Zij zien hem zoals ze hem zo graag altijd hadden willen blijven beleven. Als… Als niet…
Tranen drogen. Het moment van afscheid wordt uitgesteld. “Kom nog gerust eens terug”, zegt M. als hint, maar het blijft stil. “Fijn dat jullie er waren”, voeg ik er nog aan toe, maar ook daarna zijn ze er nog steeds. Want ze weten: op het moment dat we opstaan, is dit geluksmoment voorbij. 


Bobby in P.'s armen



En dan neemt P. Bob nog een keer in zijn armen en de hond laat het zich opnieuw welgevallen als een baby die nog niets van de wereld weet. Een overgave zo sereen dat we er heel stil van worden. 
Als Bob daarna terugtrippelt naar zijn plaats, begint P. enorm te huilen. En als gevolg daarvan ook zijn moeder en dan ook zijn vriendin… Het afscheid komt onverwachts, maar is onverbiddelijk.
Ik til Bob op en loop tegelijk met hen mee naar buiten. “Wij zullen goed voor hem blijven zorgen”, zeg ik nog eens en krijg het ook bijna te kwaad… 

Vriend J. komt net aan voor een bezoek en schrikt van de tranen die op dat moment met liters uit onze woning gutsen. Hij blijft, met zijn fiets aan de hand, eerbiedig staan zoals je een grafstoet laat passeren.
Die middag drinken we allemaal iets te veel rode wijn en die avond neem ik Bob nog even op schoot. ‘Het was me het dagje wel”, zeg ik, maar hij spartelt zich alweer terug naar zijn slaapplaats. Die is inmiddels weer in gewone doen: dit huis, met Kieri, met ons, met zijn matras, met zijn deken, op tijd te eten en te drinken... Misschien dat hij er vannacht nog van droomt, maar verder… Zoveel praktischer, opportunistischer dan wij. ?
Wij hebben er meer voor nodig om zo’n middag te verwerken. De tijd, een weekboek… 

Wordt vervolgd.

Archief 2020