Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 202320222021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, begint rond
(en meestal al ruim voor) vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. 

Week 22 - 37. Dierenleven [1]

zondag 31 mei 2020

Met 55 afleveringen in de rubriek Dierenleven was wel genoeg gezegd over het beest in de mens, vond ik eind 2019. Maar toen ik deze week las dat in ons land jonge geitenbokjes met tienduizenden per maand worden gedood – het gaat alleen hier al over in meer dan honderdduizend bokjes –, maakte dat me weer zo mistroostig. Hoe zit het: in de geitenindustrie is alleen de geitenmelk winstgevend; geitenbokjes zijn dus “ongewenst restproduct” en moeten eraan. 


 



Vóór de coronacrisis was er al sprake van een bokkenoverschot. Toen vermoordde men 'maar' de helft van de dieren. De andere helft werd afgemest – dat betekent: vetmesten voor de slacht – voor consumptie. Het meeste vlees exporteerde men naar Italië en Spanje; een heel klein deel - niet meer dan twee procent! - kwam terecht bij restaurants in eigen land. 
Bijna alle gespecialiseerde bokkenhouderijen hebben, door opgelegde beperkingen, de afgelopen jaren hun deuren moeten sluiten. Voor de veehouders zelf is het niet rendabel de bokken volgroeid aan te leveren bij de slachthuizen. Pas dan hebben ze namelijk voldoende vlees op de botten om geconsumeerd te worden. Bovendien: Zuid-Europa zit momenteel op slot, net als de Nederlandse horeca, en afmesten heeft dus geen zin. Dus geef je handelaren geld om ze zo snel mogelijk af te voeren ter destructie. Dat gebeurt in de slachthuizen, die helemaal niet geschikt zijn als destructiebedrijf. Ook nog eens enorme mistanden dus.

Wettelijk mag slachten pas (!) met zeven dagen. Maar nu krijgen de slacht- annex destructiehuizen al grote hoeveelheden bokjes van amper drie dagen oud aangeboden. Dat kan door te frauderen met het registratiesysteem. Een oud-bokkenhouder: “Je zet ze in het systeem nog voordat ze geboren zijn. In werkelijkheid zijn ze allemaal tussen de twee en zeven dagen oud. Zo fragiel dat ze half dood, half levend op het slachthuis aankomen.” Over wat daarna dan gebeurt, wil ik niet eens nadenken, maar vergassen en vermalen zal wel de makkelijkste methode zijn. En waarom humaan doen als het goedkoop en snel kan?

Volgens de LTO (Land- en Tuinbouworganisatie) moet de overheid de sector vergunningsruimte geven om de bokken op te laten groeien tot een leeftijd waarop ze wèl geschikt zijn voor consumptie door mensen. Volgens de BWM (de hierbij opgerichte en nog slechts uit twee leden bestaande Bond voor Weldenkende Mensen) moeten we stoppen met dieren houden anders dan voor hobby, waaraan toegevoegd dat niet ons welzijn voorop staat, maar dat van de dieren zelf. Kortom: stoppen met vlees eten als je nog zo dom bent dat je dat nog niet deed. Want alleen dan stopt de productie uiteindelijk. Dat is een lange, lange, heel lange weg, dat weet ik ook wel. Maar de weg die geitjes – en varkens en koeien en schapen en kippen et cetera et cetera – dagelijks gaan, is ook een lange, lange, heel lange weg en bovenal zo’n verschrikkelijke dat je die niet op je geweten wilt hebben. Toch?

Archief 2020