Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 11 - Gans alleen

zondag 15 maart 2020

In oktober landde een Grote Canadese gans in het parkje waar wij dagelijks wandelen met de honden. Ik heb de landing niet met eigen ogen gezien, maar het was met een gebroken vleugel, dus het moet een noodlanding zijn geweest.
Over haar aanwezigheid – ik schreef er hier en hier al over. 

Nu is het maart en zij zit er nog steeds. Maar de broedperiode komt eraan en al in januari en februari zagen we, ook bij de eenden, dat het koppelen begonnen is. Twee of drie mannetjes steeds driftig cirkelend om dat ene, relaxte vrouwtje. Zij hoeft immers niet te kiezen: de machoman lost het, dier tegen dier, zelf op.

 

'Onze' gans links



Onze gans heeft sowieso niks te kiezen, dus zij zit daar maar af te wachten. Vorige maand kreeg zij onverwachts bezoek van vier mannetjes en daar waren we, toevalligerwijs, wel bij. Zij bleef op gepaste afstand, waarschijnlijk vanuit het besef dat die eerst nog met elkaar iets hadden uit te vechten. 
Daar kwam niets van terecht. Maar een paar weken later kreeg zij opnieuw bezoek: nu van een mannetje minder: drie dus. Weer een overmacht en opnieuw hield zij zich van verre. 

 

'Onze' gans opnieuw links



Zaterdagmiddag zei De Liefste verheugd hoe zij had gezien dat de gans beak to beak tegenover een soortgenoot stond en dat beiden de vleugels naar elkaar toe spreidden. Maar ja, bij haar gaat dat met die ene vleugel dus niet zo goed. “Dat gezonde mannetje houdt het, zelfs al is hij een loser gebleken, voor gezien en is vanavond alweer weg”, voorspelde ik nuchter.

Maar ik hoopte natuurlijk op mijn ongelijk. Want ze hoeven ’s toch niet terug naar de Biesbosch? Ook hier is water genoeg om ’s nachts te schuilen en voldoende rust en ruimte om overdag een nest te bouwen!
En dus wandelde ik in de schemering nogmaals terug en ik zag hen daar samen zitten. Dichtbij genoeg om een vleugel om elkaar heen te slaan, maar – tja, dat kan zij dus niet.

 


Ik had niet gezegd dat ik naar het parkje zou gaan, wat ik ’s avonds ook zelden doe, maar toen ik terugkwam, vroeg de Liefste meteen: “En, waren ze er nog samen?” Ook haar laat het moeilijk los.
Zondagmiddag kwam ik thuis. Wist dat ook de Liefste ’s ochtend die wandelroute koos. Zij, als begroeting: “Ze is weer alleen.” De woordspeling lag voor het oprapen.

Archief 2020