Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m G, deel 2: H t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 9 - 9. Jan Koopmans

zondag 01 maart 2020

‘Volk van Nederland, het is bijna te laat – maar nog niet helemaal!’ Deze krachtige uitroep deed de Amsterdamse predikant Jan Koopmans in de herfst van 1940. In zijn illegale pamflet Bijna te laat! riep hij zijn landgenoten op in verzet te komen tegen anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter.

Wat is vandaag ons bijna-te-laat-moment? Tegenwoordig lijken veel technologische ontwikkelingen zich aan ons zicht te onttrekken of is het lastig om de consequenties te overzien. Toch lijkt een samenleving waarin mensen op basis van Big Data bestuurd en waarin groepen opnieuw uitgesloten worden niet ver weg.

Op woensdag 25 maart (75 jaar en één dag na het overlijden van Koopmans) organiseert de Noorderkerk in Amsterdam een herdenking over de vraag: wie redt onze vrijheid vandaag? Daarbij laten we ons inspireren door het verhaal van Koopmans: hoe zou hij deze vraag beantwoord hebben? Tegelijkertijd stellen we de vraag in de context van huidige technologische ontwikkelingen: wie redt onze vrijheid vandaag? Hoe beoordelen we de digitale bedreiging van onze vrijheid en humaniteit en hoe kunnen we, zoals Koopmans probeerde in zijn tijd, iets onzichtbaars zichtbaar maken?

Tijdens de bijeenkomst zullen enkele sprekers […] vanuit verschillende invalshoeken op het thema reflecteren, gevolgd door een paneldiscussie waarbij ook de bezoekers gelegenheid krijgen om zich in het gesprek te mengen. Freek de Jonge sluit de avond af met het lied dat hij over Jan Koopmans schreef.

Aldus het persbericht van de Noorderkerk. 





Voor wie het verhaal van Koopmans niet kent: Jan Koopmans (1905-1945) was predikant in Zeeland. Als aan het begin van de oorlog iedere overheidsambtenaar de Ariërverklaring moet tekenen – dus de verklaring dat hij niet-Joods is, publiceert Koopmans, november 1940, het pamflet Bijna te Laat! Daarin doet hij een appel deed op de Nederlandse kerk en het Nederlandse volk om de Joden niet te verraden. En in 1941 schrijft hij Wat wij wel en wat wij niet geloven, met de verwerping van het antisemitisme als ‘een van de hardnekkigste en dodelijkste vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden’.
Als hij in 1941 als predikant van een Hervormde gemeente naar Amsterdam verhuist, probeert hij zoveel mogelijk Joodse mensen te helpen. Vanuit zijn functie onderhoudt hij ook contact met de bezetter en protesteert daarbij regelmatig tegen hun behandeling van de Joden.
Om arrestatie te voorkomen duikt hij de laatste maanden van de oorlog onder. Op 12 maart 1945 kijkt hij vanuit zijn adres op de Stadhouderskade verbijsterd toe als de Duiters dertig personen fusilleren; een vergeldingsmaatregel voor het doodschieten door het verzet van een informant. Om een 15-jarige jongen te sparen, schiet een soldaat over diens hoofd, maar raakt daarbij Jan Koopmans in zijn oog. Twaalf dagen later overlijdt hij, pas 39 jaar oud.   



Dit is Freek de Jonges lied (uit 2013). Hieronder de tekst en hier de cd-opname.

Kan een held Jan Koopmans heten,
calvinist zijn, dominee nog wel?
Kan een held onbekend zijn, zelfs vergeten;
moet een held niet flirten met de hel?
Kan een held sandalen dragen,
christelijk kamperen in bos en veld?
Kon ik het nog maar aan mijn vader vragen:
wat maakt een mens een held?

Wat zegt de jeugd een Ariërverklaring,
dat eufemistisch racistische jargon?
Geldt voor een verzetsdaad geen verjaring;
is het lot der joden geen gepasseerd station?
In een nacht door de heilige geest gedreven
heeft jan zijn noodkreet op papier gezet:
de consequentie van geloof beschreven,
hartstochtelijke oproep tot verzet.

Bijna te laat!
Ze gaan eraan! Bijna!
Bijna te laat!
Ze gaan eruit! Bijna!

Vanuit een kamer aan de Stadhouderskade,
waar hij maart ‘45 schuilen kon,
sloeg Jan in het plantsoen een represaille gade:
drie dozijn bijeen geraapten en een vuurpeloton.
Om een knaap van vijftien jaar te sparen,
richt een Duitse soldaat zijn geweer omhoog.
Wie kan de voorzienigheid verklaren:
de kogel treft Jan in zijn linkeroog!

Bijna te laat!
Ze gaan eraan! Bijna!
Bijna te laat!
Ze gaan eruit! Bijna!

Waar kan ik nog in geloven;
wil ik volharden in mijn ideaal?
Gaat de rede mijn verstand te boven;
voorkomt de tomtom dat ik dwaal?
Voor wie wil ik mijn leven wagen;
voor wat zet ik alles op het spel?
Kon ik het nog maar aan mijn vader vragen
wat maakt een mens een held?

Bijna te laat!
Ze gaan eruit! Bijna!
Bijna te laat!
Ze gaan eraan! Bijna!

Archief 2020