Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 51 - 359. Vriendschapstweegesprek

woensdag 25 december 2019

Binnen literair Nederland heeft de Vlaamse dichteres Delphine Lecompte méér slachtoffers gemaakt dan dichter-journalist Jeroen de Kan, aan wie zij haar nieuwe bundel opdroeg. Dat wisten we al doordat zij in de verantwoording achterin schrijft:
Grote dank aan mijn lieve zorgzame vriend Tommy Wieringa, die me leerde dat het geen schande is om af en toe te genieten van pony’s en stokrozen. 

Voor het Vlaamse weekblad Knack (11 december) interviewde journalist – en al van oudsher Nacht van de Poëzie-presentator – Piet Piryns hen beiden. Een paar citaten uit het opmerkelijke gesprek over hun vriendschap.

 

Beeld: Károly Effenberger



‘Broederlijke ontferming’, zegt hij, komt misschien nog het dichtst in de buurt om zijn relatie met Delphine te omschrijven. ‘Ik kreeg pas echt weet van Delphine toen ik tijdens de tournee van Saint Amour [Vlaams literair festival, FV] een klein vrouwtje […], met een wonderlijk dialect, ’s nachts door de hotelgangen zag dwalen. Toen ze bij de hotelreceptionist op schoot kroop, hebben we haar met man en macht naar haar kamer gebracht, waar we voor alle zekerheid de deur op slot deden en stevig barricadeerden. Maar toch wist ze telkens weer op een wonderbaarlijke manier te ontsnappen.’ […]

Zijn kennismaking met Delphine, zegt Wieringa, was voor hem het begin van een nieuwe tijdrekening. ‘Je moet je mijn bestaan voorstellen sinds ik Delphine ken. Ik vervloek de dag dat ik op haar telefoon WhatsApp heb geïnstalleerd. Dat had ik nooit moeten doen. Want het betekent dat de rest van mijn dagen in een Delphine-roze kleur geschilderd zullen zijn. Delphines leven is, voor zover ik dat kan beoordelen, een aaneenschakeling van rampen en misverstanden. Daar houdt ze me van op de hoogte, en als ik dan niet onmiddellijk reageer…’
Lecompte: Dan word ik meteen woedend. Of onzeker en verdrietig.’
Wieringa: Ik heb haar moeten vertellen dat in een vriendschapsrelatie stilte soms heel welkom is. Dat vriendschap bestaat bij de gratie van het feit dat je je er af en toe kunt uit terugtrekken.’ […]
Toen ik deze zomer met mijn vrouw en mijn twee dochters een reis door Europa maakte, hadden we Delphine voortdurend bij ons als een soort vijfde medereiziger. Ze stuurde mij dan foto’s van geschoren kleine hondjes, bij voorkeur in gruwelijke poses, wijdbeens op hun rug. Voor een kattenman als ik redelijk weerzinwekkend. En ik appte haar dan foto’s van mijn dochters vanuit Kopenhagen, Vilnius of Tallinn: “Vrolijk kijken, kinderen, want Delphine is neerslachtig!” Zoiets kun je mijn dochters wel toevertrouwen. Die lachen op commando de wereld tot leven.’
Lecompte: ‘Dat kon ik toen ook wel gebruiken. Ik zat deze zomer wel heel erg diep.’
Wieringa: ‘Het kwam natuurlijk ook door dat stomme gezuip. Dan was ze ’s ochtends om kwart voor negen al aan het drinken en kreeg ik een foto van een fles vermout toegestuurd – want ze koketteerde er ook nog mee, de tuthola. […] Toen wij in München waren, raakte Delphine in Brugge in een schitterend ongeluk verzeild. Nadat ze ’s nachts op straat van een vriendelijke donkere man drugs aangeboden had gekregen, was het een beetje uit de hand gelopen. Mijn vrouw en ik hebben dat in realtime kunnen volgen, alsof we op de televisie naar de ontwikkeling van een ramp in het buitenland zaten te kijken. Een soort 9/11, maar dan in Brugge, met Delphine.’
Lecompte: ‘Ik voelde me toen zo slecht en zo ontredderd dat ik bij een voormalige vrachtwagenchauffeur ben gaan aankloppen voor een onenightstand. En ik heb Tommy daarvan als eerste op de hoogte gebracht. Die probeerde mij dat natuurlijk uit het hoofd te praten. De voormalige vrachtwagenchauffeur bleek een hele lieve, zachtaardige man, die al heel vlug zei: “Het draait niet om de seks.” Maar dat was nu net het probleem: ik wilde niks anders dan seks! […]
Ze zou best wel eens domweg gelukkig willen zijn. ‘Maar tegelijk is er altijd die onweerstaanbare drang om mijn eigen geluk te saboteren. Een kleinburgerlijk, kabbelend bestaan is niets voor mij. Zelfdestructie is dan toch een stuk vitaler, en vruchtbaarder.’

Als je geabonneerd bent op Blendle - en natuurlijk ben je dat -, kun je het hele interview lezen: lees hier. Moet je zeker doen, net zoals Lecompes gedichten lezen.

Archief 2019