Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 50 - 351. Mooi, Mooi! [21/25]: Aat Veldhoen

dinsdag 17 december 2019


Beeld: Venus Veldhoen



Voor Trouw (11 december) interviewde Henny de Lange Venus Veldhoen, kunsthistoricus, fotograaf en docent aan Fotoacademie Amsterdam. Maar zij is ook de dochter van beeldend kunstenaar Aat Veldhoen (1934-2018). Voor Museum Kranenburgh in Bergen stelde zij een grote  tentoonstelling samen met werk van en over haar vader, waaronder foto’s van haar eigen hand. Venus Veldhoen: “De tentoonstelling was gepland voor zijn 85ste verjaardag. “Mijn vader was al gaan kijken in Kranenburgh, maar toen kwam de dood ertussendoor.” (Lees hier.)

Een paar citaten:
Toen dochter Venus Veldhoen na het overlijden van haar vader door zijn huis liep, drong de omvang van zijn nalatenschap pas goed door. Al die schilderijen, tekeningen, etsen, beelden in de tuin, keramiek, foto’s, boeken en brieven... Overal ‘leeft’ Aatje, zoals ze haar vader noemt, nog voort. Dat begint al bij de voordeur, waarop zijn in brons gegoten penis als deurknop prijkt. “Hij was zo veelzijdig. Mensen kennen hem vooral van zijn etsen, waarmee hij het niveau van Rembrandt benadert, en van zijn erotische prenten. Maar hij beoefende het hele spectrum van de beeldende kunst. Hij heeft ook prachtige bloemstillevens gemaakt en landschappen naast talloze portretten. Maar net als Rembrandt was hij het meest geïnteresseerd in mensen en grote levensgebeurtenissen als geboorte, liefde, lijden en dood.” […]



Het voelde vreemd, de eerste keer dat ze in zijn huis aan de Wittenburgergracht rondliep om te grasduinen in zijn kunstwerken. “Het was zijn schatkamer. Hij vond het niet fijn als mensen daarin rondsnuffelden. Ik voelde zijn priemende ogen.” Ze vond ook werk dat hij kort voor zijn dood had gemaakt. “Zelfportretten en een oude vrouw achter een rollator. Je ziet hoe hij die met een bibberend handje heeft getekend.” Ook lag er een ets van twee skeletten, afgebeeld als een net getrouwd stel. “Mijn vader mocht graag shockeren met expliciete seksscènes, soms op het pornografische af, en met provocaties tegen het koningshuis en het establishment. Maar de laatste weken van zijn leven domineert de vergankelijkheid in zijn werk. Je ziet dat hij echt bezig was met de dood. Hij was niet bang voor de dood, zei hij altijd, maar wel om dood te gáán.” […]
 



“De laatste jaren is ons contact alleen maar hechter geworden. Ik ben hem toen ook regelmatig gaan fotograferen. Dat vond hij fijn, want hij hield van aandacht en van zijn dochter. Vorig jaar wilde ik hem voor het eerst naakt fotograferen, omdat dat zo’n grote rol speelt in zijn werk. Hij stribbelde tegen, hij hield niet van het naakte mannenlijf, maar hij deed het toch.” Lachend: “Hij wilde natuurlijk niet dat ik hem preuts zou noemen. Heel lief en uitgebreid heeft hij staan poseren.” […] 
Ook op zijn sterfbed, dat drie dagen heeft geduurd, heeft ze hem gefotografeerd. De foto die ze maakte na zijn dood, hangt op de tentoonstelling. De ‘pijnlijke’ beelden van het lijden voorafgaand aan het sterven houdt ze voor zichzelf. “Die vind ik te privé, te schokkend. Aatje kende geen enkel taboe. Hoezeer hij me ook heeft gevormd, op dat punt verschil ik van mijn vader.” 

Archief 2019