Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 50 - 350. Mooi, mooi! [20/25]: Helium

maandag 16 december 2019

Niet onverwacht dat ze na jaren in de schaduw van mijn vader
met slinken zou beginnen. Ze sloeg haar ogen op en dacht
ineens het hare van de dingen. Ze vergat wat hij nog wist.
Of hij viel stil vlak voor een zin, en dan vulde zij hem aan.

Ze bleek geheel op eigen benen ergens anders heen te gaan
en onderweg was ze benieuwd naar al die donkere gaten.
Wat waren het er veel vandaag. Daar huilde ze soms om.
Ze werd geplaagd, we zagen het als ze haar tranen droogde.

Ze was iets wezenlijks vergeten, toen ze dit park in liep, dit bos,
dit woud. Iets wat ze nog had moeten doen. Het zat haar dwars
dat niemand naar haar riep, zoals zij ons vaak had vermaand.
Waar ga je heen en tot hoe laat, en krijg ik nog een afscheidszoen.


Onderweg om de mooie dingen aan te wijzen kom ik toch weer vaak uit bij poëzie, zo zal de regelmatige bezoeker van deze rubriek opvallen. Het spijt me, maar in de rubriek Gedicht Gedacht is het jaar al volgeschreven. Bovendien, dat ik van gedichten houd, is toch niet iets waarvoor ik me hoef te schamen… Zoals die van Remco Campert… Of van Bart Moeyaert.

Na Verzamel de liefde (2003) en Gedichten voor gelukkige mensen (2008) was het meer dan tien jaar wachten op weer zo’n klein, fraai (door Tessa van der Waals) vormgegeven bundeltje met nieuwe gedichten van zijn hand. Helium is de titel.
 





Moeyaert (1964) heeft wel vijftig boeken geschreven, maar met het schrijven en publiceren van poëzie is hij terughoudend, misschien ook wel omdat hij besloten heeft voor een thematische opbouw van zijn uitgaven. Niet voor niets hebben ze precies dezelfde vorm en ze gaan alle drie over de liefde. Zijn poëziedebuut Verzamel de liefde verdichtte, zoals uit de titel blijkt, de vele facetten van de liefde, waaronder ook de band met ouders, de omgang met vrienden et cetera. In Gedichten voor gelukkige mensen concentreerde hij zich op het wel en wee van de liefdesrelatie, ook dit in brede zin. In deel drie staan loslaten, afscheid nemen en opnieuw beginnen centraal. 

Drie gedichten moeten genoeg zijn om de kracht van dit bundeltje te duiden: het bovenstaande, het gedicht hieronder en het gedicht dat ik al eerder in Gedicht Gedacht opnam (lees hier).

Mijn ouders worden
met wasknijpers
aan hun schouders
overeind gehouden.
In hun vel zakken
de botten naar onder.
Het is nog lang geen bedtijd.

Net liep de dokter
gebogen de kamer uit.
Het donker woog.
Dit komt niet goed.
Ik wacht, mijn handen
in mijn schoot.
Mijn vader vraagt wat wij hier doen.

Mijn moeder vraagt
wat hij met hier bedoelt.
Hij kijkt verstoord.
Dat ze niet ziet dat we
in Veurne-Ambacht zijn.
Op het perron. Er komt
een trein, één keer per uur.

We spreken hem
getweeën tegen.
Mijn moeder voert
het hoogste woord.
Hij ziet toch dat we
binnen zitten?
Ze zegt: de jongens spelen boven.

Aan mij vraagt ze
of ik de tafel dek.
We gaan zo eten. 
Ik lach en wuif
hun fouten weg.
Hun gezichten betrekken.
Ze vinden dat ik rare dingen zeg.

De radio speelt zacht
achter mijn rug,
In mama’s huis,
in het station
van Veurne-Ambacht.
En papa wacht.
Hij hoort de trein al komen.

Archief 2019