Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 49 - 346. Mooi, mooi! [17/25] Tussen de regels

donderdag 12 december 2019

Wij zaten op Perzische tapijten,
bij kaarslicht en wierook en muziek.
Wij lurkten relaxt aan de waterpijp en
soms werden wij high, soms werden wij ziek.

Wij zaten ook aan elkaar vriendinnen,
dat mocht toen, dat hoorde bij die tijd.
Zij lieten zich gretig en graag beminnen,
de borsten haast barstend van geiligheid.

     Dat waren de dagen, dat waren de dagen
     van lust en verlangen en godenspijs.
     Dat waren de dagen, wij zopen, wij naaiden – 
     kinderen in het paradijs.

Wij wisten nooit waar wij die nacht zouden stranden;
wij vonden altijd wel een warme plek,
het liefst in een bed vol met tedere handen,
maar soms werd je wakker van kou in de drek.

Wij waren de vrienden van waar-zullen-wij-feesten?
Wij sloegen nooit over, de dorst was te groot.
Wij gingen tekeer als onsterflijke beesten,
maar ik moet nu bekennen: de meesten zijn dood.

     Dat waren de dagen, dat waren de dagen
     van lust en verlangen en godenspijs.
     Dat waren de dagen, wij zopen, wij naaiden –  
     kinderen in het paradijs.

Wij dachten de wereld te verbeteren,
maar wij lagen beneveld in een hoek.
Nu is het voorbij, zijn wij oud en versleten
en mijn idealen zijn hopeloos zoek.


Eerste keer in de auto gedraaid en er gebeurde niets. Maar na de tweede keer blééf de cd in de speler en bij het de derde keer beluisteren, verlangde ik al naar bepaalde songs. Inmiddels geniet ik van de hele cd en kan ik hier zelfs amper kiezen voor een lied dat een goede indruk geeft. Hoe dat soms werkt: geen liefde die je overvalt, maar die moet groeien…



Ik koos voor Paradijs verloren, in een vroegere versie en met een andere muzikale bezetting dan op de in september verschenen cd, waar basgitarist Reyer Zwart plaats maakte voor drummer Kees Schaper. Maar al wel met wel Bertolf Lentink (links) en Diederik Nomden (rechts). 

Henny Vrienten is inmiddels 71 jaar, maar ik geloof niet dat ik – die niets met Doe Maar (1978-1984) had, maar wel met Vreemde Kostgangers (theatertours met Boudewijn de Groot en George Kooymans, sinds 2016)- – ooit méér heb genoten van zijn werk dan op deze cd. 

Paradijs verloren:
kijk en luister hier!


Archief 2019