Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 49 - 345. Mooi, mooi! [16/25]: Rood

woensdag 11 december 2019

Mooie dingen worden aangereikt die al ouder zijn...


Vincent Bijlo & The Rossettis in de Cabaretfirma (7 december 2019)



‘Hope’ is the thing with feathers – 

That perches in the soul -
And sinds the tune without the words -
And never stops - at all -

And sweetest – in the Gale – is heard -
And sore must be the storm -
That could abash the little Bird 
That kept so many warm -

I’ve heard it in the chillist land -
And on the strangest Sea -
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.


Vincent Bijlo speelt zijn Oudejaarsconference 2019 samen met het muzikale kwartet rond Bijlo’s echtgenote Mariska Reijmerink, genaamd The Rossettis. Uiteraard genoemd naar de naar Engeland uitgeweken Italiaanse dichter-kunstschilder Gabriele Rossetti (1783-1854) en zijn vier kinderen, ook allen gevierde schrijvers-kunstenaars-wetenschappers. Niet alleen vanwege hun beroemdheid en de samenstelling van zowel kroost als kwartet (tweemaal vrouw, tweemaal man), maar ook om de reden waaraan zij hun achternaam danken: hun rode haar – net als dat van Reijmerink dus. 

Reijmerink studeerde Engels en dat ging ze indertijd doen vanwege de fascinatie die zij op de middelbare school al had voor met name negentiende-eeuwse Engelse poëzie. The Rossettis vertolken dan ook door haar gekozen en van muziek voorziene klassieke gedichten. 
Reijmerink: “Wat me zo aantrekt in de mensen en de personages van de 19de eeuw, is de beperktheid van de keuzes die ze konden maken in hun leven. Hun levens waren net zo luxueus als die van ons of nog veel luxueuzer (ik laat nu even het grootste deel van de bevolking van de 19de eeuw buiten beschouwing en beperk me tot het kleine goedgeschoolde deel) en toch konden ze veel minder doen dan wij hier en nu. Vrouwen konden niet naar de universiteit, mochten geen beroep uitoefenen, waren afhankelijk van een aardige vader, broer of echtgenoot om een beetje leefruimte te krijgen. De mannen zaten ook ingesnoerd in allerlei conventies en grote verwachtingen. Kortom, ondanks alle weelde, prachtige jurken en huizen, was het geen gelukkige maastchappij. En de dichters van die tijd moesten daar hun weg in vinden en hun woorden voor zoeken."


(1)




‘Hoop’ is een ding met veren -
dat neerstrijkt in de ziel -
een melodie zingt zonder tekst -
en nooit stopt – met zijn lied -

het zoetste klinkt – in wilde Vlaag -
De storm moet bitter zijn -
als hij het Vogeltje beschaamt
dat velen heeft verblijd -

Ik hoorde hem in het kilste land -
en op de vreemdste zee -
Toch vroeg het – nooit – in Extremis,
een kruimeltje – van Mij.


Gisteravond (als ik dit schrijf, is het zondag 8 december) speelde Bijlo zijn voorstelling in de productiezaal van mijn Cabaretfirma. In dat programma zitten ook twee Rossettis-songs verstopt: eigen vertalingen van gedichten van Anne Brontë en Emily Dickinson. En Mariska bracht de meest recente cd van haar kwartet voor me mee, getiteld No man is an Island (2017), met daarop getoonzette gedichten van Emily Brontë, John Donne (16-17de eeuws mag ook!), Thomas Hardy, D.H. Lawrence, Christina Rossetti (een van de twee dochters), Dante Gabriel Rossetti (een van de twee zoons) en, uit Amerika en ieder tweemaal, Walt Whitman en natuurlijk Emily Dickinson. 





(2)

 



‘Hoop’ is het ding met veren -
Dat in de ziel neerstrijkt -
Het lied zonder de woorden zingt -
En ’t zingen – nooit meer staakt -

En ’t zoetst – klinkt – in de stijve Bries -
En zwaar moet zijn de storm -
Die ’t Vogeltje beschaamde dat
Zovelen heeft verwarmd -

Ik hoorde het in ’t kilste land -
En op de vreemdste Zee -
Toch vroeg het – nooit – in Bangste uur,
Een kruimeltje – van mij.

 
Een van die gedichten is het bekende Hope is the thing with feathers. In mijn boekenkast vind ik wel tien vertalingen. Voor deze bijdrage koos ik voor de drie bekendste: van (1) Louise van Santen (1981), (2) Jos Verstegen (1983) en (3) Ivo van Strijtem (2002).


(3)



'Hoop' is het gevederd iets -
Dat neerstrijkt in de ziel -
Het zingt alleen de melodie -
En stoppen doet het - niet -

Bij harde wind weerklinkt het 't zoetst -
Hoe hevig raast de storm -
Als hij de Vogel kan verstommen 
Die velen warmte schonk -

Ik hoorde 't op de vreemdste Zee -
En in het kilste land -
Maar nooit, ook niet in hoogste Nood,
At het een kruimel - uit Mijn Hand. 






The Rossettis is: Arthur Brenkman (percussie), Mariska Reijmerink (zang), Sophie de Rijk (viool, bas, zingende zaag en nog veel meer) en Sander Veeken (toetsen). Op deze cd zijn er gastrollen voor Vincent Bijlo (als bassist) en de jonge Syriër – hij is Reijmerinks student en tevens de theatertourchauffeur – Afief al Doubosh (als gitarist en declamator).

Voor meer informatie over The Rossettis: lees hier;
voor meer informatie over Vincent Bijlo: lees hier

Archief 2019