Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 47 - 333. Mooi, mooi! [9/25]: Recensie

vrijdag 29 november 2019

Beeld: Andy Doornhein



Mooie recensie van Hein Janssen in de Volkskrant van dinsdag (26 november) over het soloprogramma van Gerard Cox. Voor de hand ligt dat je de oude grijze mopperaar (inmiddels 80 jaar) goed op zijn plaats zet vanwege zijn (vermeend) rechtse praatjes over dat het vroeger zoveel anders en beter was, maar in die valkuil trapt Janssen niet. Gewoon goed kijken en luisteren en op zijn merites beoordelen.

Twee citaten, de opening en het slot:
 
Heel knap hoe Gerard Cox zijn publiek meteen al op het verkeerde been zet. Hij opent zijn voorstelling Cox – de grote grijze belofte met het liedje La belle Américaine van Guus Vleugel uit 1966, over een vrouw die constant afgeeft op ‘negers’. Waarom ze niet van negers houdt? Ze stinken. 
Uiteraard was dat nummer destijds ook al satirisch bedoeld, maar Cox wil er maar mee zeggen dat zo’n lied vandaag de dag niet meer kan. Zoals zoveel niet meer kan: grappen over religie, homo’s, zwarten, joden. En dan schamen we ons ook nog voor van alles en nog wat. Kortom: we mogen niks meer zeggen of doen. Die constatering is juist, om de simpele reden dat over al die onderwerpen intussen de tijdgeest en de beschaving zijn neergedaald. Voortschrijdend inzicht wordt dat ook wel genoemd. 

[…]

Mooi zijn een paar liedjes, waaronder De tijd van kersen van Willem Wilmink en De ballade van het wonderorgel van Jaap van der Merwe. Cox zelf is behoorlijk bij de les, zingt nog redelijk, is af en toe wat kortademig maar hapert nauwelijks.
‘Ik ben geen racist en dat ben ik ook nooit geweest’, zegt hij op gegeven moment. We geloven hem op zijn woord, als hij een anekdote over de majesteitsschennis in het Lurelei-lied Arme ouwe knap verbindt met het kopen van een doosje zwarte schoensmeer nu. En als hij ten slotte fraai bezonken nog eenmaal ’t Is weer voorbij die mooie zomer zingt, weet hij zelfs even te ontroeren.


Beeld: Malou van Breevoort



Een paar weken eerder, zaterdag 1 november, stond in Volkskrant Magazine, een interview van Sarah Berkeljon met Cox. Ook daarin gaat het even over ‘wat vandaag de dag niet meer kan’:

In een interview in 2018 zei u: ‘Ik heb geen zin meer om een nieuw cabaretprogramma te maken. Anders zou ik wel iets willen doen dat keihard rechts en politiek incorrect is.’
‘Links en rechts is niet meer hanteerbaar. Zelfs de VVD is nu kritisch op auto’s! Maar politiek incorrect, dat vind ik wel erg leuk. Vorige week hoorde ik iemand tegen een ander zeggen: ‘Goh, wat zie je er leuk uit, maar dat mag ik zeker niet meer zeggen.’ Het wordt steeds gekker, joh.’

Niemand vindt toch dat je niet meer mag zeggen dat een ander er leuk uitziet?
‘Je moet ze de kost geven!’

Ik denk niet dat dat zo is. Ik merk daar nooit iets van.
‘Léúke wijven merken daar inderdaad niets van. Joke [Bruijs, voormalig echtgenote en tegenspeelster, FV] zei ook: ‘Mij is nooit iets overkomen, van dat #MeToo. Als ik niet wou dat ze aan me zaten, bleven ze wel van me af.’ Natuurlijk is er wel degelijk iets aan de hand met die Harvey Weinstein, maar we zijn doorgeslagen.’

Beweert u nu: leuke wijven, daar blijven ze wel van af?
‘Nou nee, alleen: ík heb nooit leuke wijven meegemaakt die over zulke dingen klagen. Ook niet over het glazen plafond. Ik heb vrouwen als regisseur gehad, cameravrouwen, noem het maar op, allemaal leuke wijven die niet klaagden over het glazen plafond. Ik ben een ouderwetse man, maar de deur openhouden bevindt zich op gevaarlijk terrein tegenwoordig. Al dat soort dingen staat tegenwoordig in een kwaad daglicht, en dat moeten we ons niet laten gebeuren. Ik vind het gevaarlijk.’

Over dingen die nu niet meer kunnen gesproken: u speelde de hoofdrol in Het Debuut, een succesvolle film uit 1977 waarin een 14-jarig meisje het aanlegt met een 40-jarige man. Zou u de mannelijke hoofdrol nu nog spelen, stel dat u nu 40 was geweest?
‘Nu zou die film allerlei uitleg behoeven. Het ging over een oudere man die valt op een kind, van 14 dan weliswaar, maar toch, een kind. Had nu niet meer gekund, nee, vast niet.’

Maar ís het niet ook nogal dubieus, een meisje van 14 met een man van 40? Het kan ook positief zijn dat de tijden veranderen. Er kan sprake zijn van voortschrijdend inzicht.
‘Nee, het wordt alleen maar bekrompener! Wim Kan maakte ooit een grap over inwoners van Nieuw-Guinea. De papoea’s moesten, na de onafhankelijkheid, gaan stemmen, zei Kan. ‘Maar dan moeten we ze wel eerst vangen.’ Geweldige lach. En een geweldig goeie grap. Nu zou hij gevierendeeld worden. Dat kun je niet zeggen, volgens sommige mensen. Ik vind dus dat je dat wél kunt zeggen.’

Van mij mag u die grap nog steeds maken, maar het is wel een racistische grap.
‘Nee, het is geen racistische grap. Totaal niet! Je denkt toch niet dat Wim Kan een racist was? Hij zei gewoon iets heel leuks, vind ik. Alle grappen over Belgen, over homo’s, die berusten toch allemaal op enige vorm van discriminatie? Dat is juist wat er leuk aan is. Ik vind dat je alles moet kunnen zeggen. 


Voor het hele interview: lees hier

Archief 2019