Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 46 - 321. I.M. Piet Nieuwint

zondag 17 november 2019



Foto: Dave Krooshof


Als ik dit schrijf (dinsdagochtend 12 november), is het slechte nieuws van zijn overlijden nog niet echt naar buiten gekomen. Geluidstechnicus, -ontwerper, –adviseur en –docent Piet Nieuwint (1947) is overleden. Hoe vaak zag ik die ervaren en bijzonder aardige man in voorstellingen achter de knoppen zitten bij Frans Halsema, Toon Hermans, Robert Paul, Harry Sacksioni en het langst (van 1988 tot 2002) bij Paul van Vliet? En hoe vaak luisterde ik naar zijn geluidsontwerpen, zoals voor Scherzo van Mini & Maxi, waarmee hij in 1994 de Scheveningen Vormgevingsprijs won? In totaal was hij verantwoordelijk voor meer dan 3.500 voorstellingen en concerten, lees ik op internet, zowel voor als achter de schermen. 

Ooit, tijdens een van onze vele koffieontmoetingen, vroeg ik hem of hij mijn drie theatertechnici een dagje les wilde geven. Goed idee, vond hij, want hij zag een aantal eigen producties in mijn Koningstheater en vond dat daar nog wel wat te winnen viel. Toen ik het hun voorstelde, vonden zij dat maar onzin. Totdat zij Piet ontmoetten en met hem aan de slag gingen. Aan het einde van de dag was het verzoek of deze bijscholing voortaan minstens een keer per jaar was in te plannen. En ik meende het verschil in geluid de volgende dag al te horen.

Twee maanden geleden troffen we elkaar bij AMAC in Den Bosch, stad waar hij al 35 jaar woont en waar ik al zo lang werk. Hoe het met hem ging, wilde ik weten. We moesten snel maar weer eens koffiedrinken, zei hij. Pas vandaag begrijp ik waarom dat antwoord kwam. Hij wilde niet in een drukke winkel aan mij vertellen dat het niet goed met hem ging – of erger nog: dat het noodlot toesloeg en het einde in zicht was.
Dat laatste vertelde zijn dochter vanochtend. Wat erg dat ons koffiedrinken er niet meer van kwam. De tijd ging te snel, al mogen die woorden vandaag niet de mijne, maar alleen de zijne zijn.

Archief 2019