Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 45 - 315. I.M. Ruud Verdonck

maandag 11 november 2019



Zaterdag (als ik dit schrijf, is het woensdag 6 november) overleed Ruud Verdonck (1946). Maandag een in memoriam in de Volkskrant, vandaag zijn overlijdensadvertentie, ook in de Volkskrant. Niet in Trouw, de krant waarvoor hij ruim dertig jaar als journalist werkte en waar ik hem leerde kennen toen ik in 1990 tot de kunstredactie toetrad. Ik nam in 2000 afscheid, omdat ik het schrijven over theater en het leiden van een theater niet meer kon combineren; hij werd in 2003 aan de kant geschoven, omdat – ja, waarom?

In die overlijdensadvertentie omschrijven zijn naasten hem als journalist, columnist, grootvader en kok, als ongelooflijk grappig, tegendraads, gastvrij, onverschrokken, wijs, gezellig, creatief en principieel en als een onafhankelijke geest, met oog voor detail, een levensgenieter en altijd toch ergens een Brabander.

Van de doden niets dan goeds en tegendraads is ook een compliment. Ik herinner hem als een grote mopperaar, maar wel eentje die fantastisch kon schrijven, zonder een woord te veel en kei-raak (zegt een ook altijd toch ergens een Brabander). Een voorbeeld daarvan is deze ingezonden brief in het Parool van 3 november 1999:

In het interview met Sytze van der Zee in De Groene Amsterdammer van 27 oktober haalt Sytze van der Zee, zoals vaker wanneer het zijn persoon betreft, feiten en fictie door elkaar. Eéntje dan: ik heb nimmer met Parool-redacteur Lambiek Berends overlegd over een van de boeken van Van der Zee. Ik zal Lambiek Berends de afgelopen tien jaar even vaak en precies op dezelfde plek zijn tegengekomen als Sytze van der Zee, namelijk één keer, bij Perscombinatie, in de lift. De heer Berends wenste mij een goedemiddag.


Nadat Trouw hem afdankte, ging hij columns schrijven op zijn eigen website. Noodgedwongen, want nadat ik er daar uitgewerkt was, heb ik nooit meer één reactie van die krant gehad, noch één opdracht van welk ander blad dan ook. Deze bijdrage – jaargang 15, nummer 38, 5 juni 2017, slot – was zijn laatste. Toen hoefde het niet kort en krachtig meer, want de bronnen waren toch al opgedroogd en de drang was kwijtgeraakt:

Columnistenwetten (slot)

Op 17 maart schreef ik over het tijdelijk stopzetten van ‘De columnist’. Daar was reden toe. Een paar weken eerder was bij mijn vrouw borstkanker ontdekt en bij mij werd wat later een galwegtumor gevonden. Opgewekt een stukje typen was er niet bij. Voor het eerst in vijftien jaar moest ik het langzaam laten afweten. Driemaal per week een column werd snel onuitvoerbaar. Het humeur zit wat tegen als je twee keer over de rand in de peilloze diepte hebt moeten kijken. Ondertussen werd onze kleindochter geboren, een bron van enorme vreugde en ’s avonds laat ook van: wat zal ik daar nog van zien? Sinds die 17e maart droogden de bronnen op waar ik voor mijn columns van afhankelijk was. Ik heb geen enkele krant meer gelezen sindsdien, geen tijdschrift meegenomen, geen tv-programma gezien, geen radio geluisterd. Alleen soms een paar pagina’s uit een boek gelezen. Ondertussen werd er aan mij gesleuteld. Ik had steeds gezegd: geen kwaad woord over de medici, de verpleegkundigen en alle andere zorgverleners. Deskundig, liefdevol en bij alles tot aan het gaatje, want we deden een herstelingreep, inclusief alle complicaties, dat herstel moest er van komen.
Gistermorgen ben ik uit het AMC ontslagen: hersteld! Natuurlijk volgen er de komende maanden en jaren regelmatig controles. Maar het eerste werk is nu aan mij: zien dat ik al die verloren kilo’s terug haal en daarna weer de conditie krijg om zonder uitputtingsverschijnselen, zonder stok en liefdevolle arm mij een paar meter te verplaatsen.
Voor de rest gaat alle aandacht uit naar mijn vrouw die midden in een lange chemo therapie zit. Met daarna jarenlange medische begeleiding.
Het gaat er niet om dat er geen ruimte is om driemaal in de week een column te schrijven. Ikben de drang kwijtgeraakt. Ik knik bij het vreselijkste nieuws of de raarste dingen, en verzin er niets meer bij want ik heb voor altijd andere dingen aan mijn hoofd. De vrolijkste kleindochter van de wereld en de kostbaarheid en de breekbaarheid van het leven.
Ik dank iedereen voor de reacties, vroeger en de laatste tijd. Het archief met 15 jaargangen columns van steeds ruim 150 stuks, laat ik open staan. Voor ik als De Columnist begon werkte ik 34 jaar bij het dagblad Trouw waar ik ook voor een belangrijk deel columns schreef. Nadat ik er daar uitgewerkt was heb ik nooit meer één reactie van die krant gehad, noch één opdracht van welk ander blad dan ook. Zoals de nieuwe hoofdredacteur triomfantelijk zei: “Als wij jou drie maanden niet meer noemen, is iedereen je vergeten.”
Niet helemaal, dus. Klein eigen baasje sluit de tent. Gezond en wel. Het ga u allen goed.

Archief 2019