Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 41 - 292. JaJo [2/3]

zaterdag 19 oktober 2019

Vervolg van gisteren.


Joop Visser noemde zich vroeger Jaap Fischer, lees je wel eens. Het is andersom: Jaap Fischer (1938) besluit in 1976 zijn rentree te maken als dichter-zanger en doet dat onder het pseudoniem Joop Visser.





Beroemd is hij tussen 1960 en 1963, als de Leidse student een paar 45-toerenplaatjes opneemt voor het label SGI (Studentengrammofoonplatenindustie), met liedjes als Als ze slaapt, De balBlarenCipierEendjeHet ei, De EuromoordJan Soldaat, KaterHet kerkhof, De koning, De laatste keerDe monniken, Om je geld, Omdat ik van je houd, Peer, Samba 2 april, Sprookje, Suzanne, Tem me dan, Het Veerse gat, en Vlinder. Elke student kent ze, maar ook elke middelbare scholier, want ter promotie stuurt de SGI de plaatjes ook naar muziekleraren. SGI is noodlijdend tot Fischer zijn medewerking geeft, want alleen al het eerste jaar gaan er tienduizenden plaatjes over de toonbank.
In 1964 vindt Fischer zijn populariteit welletjes. Hij is inmiddels afgestudeerd en gaat in het buitenland werken voor de voedsel- en landbouworganisatie van de VN. Begin jaren zeventig komt hij terug naar Nederland om onder meer (in 1973) te promoveren en, veel later, als leraar Maatschappijleer te gaan werken in het middelbaar onderwijs. 
 







Twaalf jaar, tot 1976, gaan de geruchten dat hij indertijd is opgenomen in een gekkenhuis en zelfs dat hij toen zelfmoord heeft gepleegd. Maar dan verschijnt er een grammofoonplaat met op de ene kant een live-optreden van Jaap Fischer uit 1961 en op de andere kant nieuwe liedjes van Joop Visser.



Dat moet wel dezelfde man zijn, wat hij ook niet ontkent, zolang er maar niet naar zijn vroegere carrière wordt gevraagd. Immers: Jaap Fischer is hij als privépersoon; Joop Visser is de dichter-zanger. Ook in de theatercontracten die hij afsluit tot 2003 – dan bereikt hij de pensioengerechtigde leeftijd en wil hij alleen nog meer bij gelegenheid optreden – staat nadrukkelijk dat de naam Jaap Fischer niet mag worden gebruikt voor publicitaire doeleinden. En als iemand uit de zaal om een verzoeknummer uit de jaren zestig vraagt, antwoordt hij: “Goh, u ziet er jong uit voor iemand die zo ver achterloopt.”


Wordt vervolgd!

Archief 2019