Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 41 - 291. JaJo [1/3]

vrijdag 18 oktober 2019

Foto: Maarten Hartman




Het is 2010 als de laatste cd van Joop Visser, vocaal bijgestaan door Jessica van Noord, verschijnt. Dat er in 2018, na acht jaar stilzwijgen, weer een op de markt kwam, heb ik gemist. Niet gek, want Visser geeft ze in eigen beheer uit en met Joop heb ik allang geen contact meer. 

Vanaf het eerste seizoen (1997-1998) komt hij elk jaar naar het Koningstheater. Hij verhuist, inmiddels als duo met Jessica, mee naar de nieuwe locatie (2004) en hij is er ook weer bij als het Koningstheater (in 2012) verdergaat als Cabaretfirma. 
 
In die 15 jaar hoor ik steeds weer van collega-theaterdirecteuren dat zij niet begrijpen hoe ik het zo lang met die nare man uithoud. Maar ik kan uitstekend met hem omgaan, omdat ik zijn drammerigheid kan plooien en zijn andere eigenaardigheden accepteer en zelfs apprecieer, want inderdaad, ik kan er vaak nog om lachen ook. Zo begint hij zijn optreden altijd stipt om 20.00 uur, zelfs al zit nog lang niet iedereen op zijn stoel, heeft techniek nog geen teken voor aanvang gegeven en is er daardoor ook nog geen podiumlicht en –geluid. Na twee seizoenen hebben technici en zijn trouwe publiek die eigenzinnigheid inmiddels door en reeds vóór vijf voor acht is de zaal volledig gevuld. Visser, bij opkomst: “O ja, ik kom hier vaker en hier heb ik u al opgevoed.”

Hij belt me die jaren vaak. Bijvoorbeeld om, nadat hij mijn seizoensbrochure heeft ontvangen, te vragen waarom wij middelbare scholieren een euro korting geven. “Die jongelui wil je toch niet in je zaal; je moet juist twee euro extra van ze vragen, want dan blijven ze tenminste weg!” En ik weet zeker dat hij elk jaar meer uitziet naar zijn komst naar ’s-Hertogenbosch, waar hij altijd kan rekenen op een volle zaal met bezoekers die elk jaar terugkomen omdat zij, net als ik, zo houden van zijn repertoire. 

Na afloop zitten we meestal nog langdurig na te praten. Over goede liederen en de populairdere, maar veel mindere, over de publieke omroep – door hem Huiversum genoemd –met haar anderstalige kutmuziek en over de stand van zaken in het Nederlandse cabaret. Met zijn teckel op schoot. Totdat er stiltes gaan vallen – we zijn moe – en Joop, vóór het opstaan ten afscheid zegt: “Zo, en nu nog even iemand naar het asiel brengen” - waarna de hond steevast verschrikt een halve meter in de lucht springt. 

Maar… dan gaat het – de collega-directeuren krijgen gelijk – op een dag toch mis tussen ons en goed ook. Hij stelt eisen voor zijn eerste Cabaretfirma-optreden (in de Verkadefabriek) waaraan ik niet tegemoet wil komen. Hij weet hoeveel bewondering ik voor hem en zijn repertoire heb, want niet voor niets is hij elk seizoen mijn welkome gast. En het is kort dag, de voorstelling is uitverkocht en er is een wachtlijst. Maar hij overspeelt zijn hand, want als het eisen overgaat op verwijten en het verwijten op dreigen, zeg ik – zij het met pijn in mijn hart – dat ik zijn optreden hierbij annuleer en hang op. 

Jessica probeert nog te bemiddelen, maar treft twee heren die zo teleurgesteld zijn in de ander dat zij elkaar nooit meer willen zien of spreken. En daar houden wij ons aan, manmoedig en dat is niet iets om trots op te zijn. Dus als ik deze zomer lees dat vorig jaar, na acht jaar, een nieuwe cd van hem is verschenen, bestel ik die natuurlijk onmiddellijk.

En na ontvangst beluister ik die uiteraard meteen. Het valt me op dat de stemmen beter harmoniëren dan voorheen. Het is de kritiek die zij vaak krijgen: dat het niet klinkt. Dat is ook het geval na hun stunt, november 2013, mee te doen aan Holland’s Got Talent, het talentenjachttelevisieprogramma ter promotie van die anderstalige kutmuziek. Robert ten Brink en Gordon blijken niet eens te weten wie de man is die voor hen staat. Joop Visser? Ja, maar ook zijn alter ego.


Wordt vervolgd! 

Archief 2019