Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 42 - 297. Dierenleven [48/52]

donderdag 24 oktober 2019

Voor toelichting: lees hier.


Hond en dood 

Het gebeurde bij de euthanasie van meneer L., een honderdjarige die heel erg moe en onder de zachte aandrang van door mij ingespoten medicatie niet meer zo tevreden de laatste adem uitblies. Zoon en dochter zijn aanwezig, en de hond van de dochter. Meneer ligt op zijn rug nog wat te ademen. De hond springt op het bed, legt zijn trouwe kop op zijn buik en valt in slaap. Na een paar minuten (meneer heeft het bewustzijn dan al verloren), richt de hond zijn lieve kop op, kijkt naar meneer, kijkt naar ons, slaakt een diepe zucht, en legt zijn kop weer op de buik. Later zeggen we allemaal: ‘Tóen is hij gestorven, die hond voelde het.’

Nog weer later, na de constatering dat hij echt dood is, ontstaat er een beetje een lacherige atmosfeer, iedereen loopt heen en weer, koffie, sigaretje. Sigaretje hier? Nee, buiten natuurlijk, op het balkon. We praten over het gebeuren en ik beschrijf de hond als de grote mazzeltof hier. Ligt nietsvermoedend bij een grote catastrofe toe te kijken en heeft geen idee wat zich daar afspeelt, omdat hij geen weet heeft van de dood, zich niet in de tijd bevindt. Honden drijven niet mee in die stroom waarin wij rondspartelen, onhoudbaar op weg naar de fatale waterval.
‘Dus,’ zeg ik, ‘als ik nog een keer moet leven, dan graag als hond bij een zorgzaam baasje.’ Waarop de dochter, het zorgzame baasje, onmiddellijk zegt: ‘Da’s ook toevallig, in zijn vorige leven was hij arts.’

Archief 2019