Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 42 - 297. Dierenleven [48/52]

donderdag 24 oktober 2019

Voor toelichting: lees hier.


Hond en dood 

Het gebeurde bij de euthanasie van meneer L., een honderdjarige die heel erg moe en onder de zachte aandrang van door mij ingespoten medicatie niet meer zo tevreden de laatste adem uitblies. Zoon en dochter zijn aanwezig, en de hond van de dochter. Meneer ligt op zijn rug nog wat te ademen. De hond springt op het bed, legt zijn trouwe kop op zijn buik en valt in slaap. Na een paar minuten (meneer heeft het bewustzijn dan al verloren), richt de hond zijn lieve kop op, kijkt naar meneer, kijkt naar ons, slaakt een diepe zucht, en legt zijn kop weer op de buik. Later zeggen we allemaal: ‘Tóen is hij gestorven, die hond voelde het.’

Nog weer later, na de constatering dat hij echt dood is, ontstaat er een beetje een lacherige atmosfeer, iedereen loopt heen en weer, koffie, sigaretje. Sigaretje hier? Nee, buiten natuurlijk, op het balkon. We praten over het gebeuren en ik beschrijf de hond als de grote mazzeltof hier. Ligt nietsvermoedend bij een grote catastrofe toe te kijken en heeft geen idee wat zich daar afspeelt, omdat hij geen weet heeft van de dood, zich niet in de tijd bevindt. Honden drijven niet mee in die stroom waarin wij rondspartelen, onhoudbaar op weg naar de fatale waterval.
‘Dus,’ zeg ik, ‘als ik nog een keer moet leven, dan graag als hond bij een zorgzaam baasje.’ Waarop de dochter, het zorgzame baasje, onmiddellijk zegt: ‘Da’s ook toevallig, in zijn vorige leven was hij arts.’

Archief 2019