Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 40 - 285. Niet welkom!

zaterdag 12 oktober 2019



Anna Ranzijn schreef gisteren (als ik dit schrijf, is het 1 september) in Het Parool over de rechtszaken van zijn operacriticus tegen de Nationale Opera. Ik citeer:

Olivier Keegel schreef begin vorig jaar een venijnig opiniestuk over de Nationale Opera […] Hij noemde het nieuwe seizoen […] onder meer ‘een hautaine klap in het gezicht van de traditionele operaliefhebber’.
Kort hierna ging de opera Das Floss der Medusa in première. Keegel kreeg wel een kaartje voor de première, maar werd niet uitgenodigd voor de voorafgaande persbijeenkomst. De reden: met zijn kritiek zou Keegel het ‘journalistiek aanvaardbare hebben overschreden’. 
De Nationale Opera vond het niet langer gepast om Keegel uit te nodigen voor ‘intieme persontvangsten’. Daarnaast kondigde zij aan dat hij de toegangskaartjes voortaan zelf maar moest betalen.
Hierop stapte Keegel naar de rechter en eiste dat de Nationale Opera hem gratis kaartjes zou blijven verschaffen en toelaten tot elke perspresentatie. Keegel beriep zich daarvoor op zijn recht op vrije nieuwsgaring, wat in het verlengde ligt van zijn recht op vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank ging hier niet in mee. Keegel werd niet geweerd van de voorstellingen, hij moest er alleen voor betalen. Vanuit journalistiek oogpunt leken de persbijeenkomsten de rechter niet heel belangrijk.
Keegel ging in hoger beroep, maar ook het hof stelde de criticus in het ongelijk.

In de tien jaar dat ik voor Trouw recenseerde, heb ik één keer voor de persbalie van een première gestaan en te verstaan gekregen dat de cabaretier geen prijs stelde op de aanwezigheid van “de heer Verhallen”. Om daar aan toe te voegen: “en de voorstelling is uitverkocht, dus u kunt ook geen kaartje kopen.” De cabaretier was populair en ook elders boeken, bleek lastig. Maar ik kwam binnen en nog gratis ook en kon, zij het verlaat, over de voorstelling schrijven. Dit dankzij een bevriende theaterdirecteur, want via de rechter? Geen seconde overwogen. 

Archief 2019