Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 39 - 274. Segers

dinsdag 01 oktober 2019

Ik heb in deze rubriek al vaker geschreven over de Tien geboden: de tweewekelijkse interviewserie van Arjan Visser voor het zaterdagse katern De Verdieping van Trouw. Bijvoorbeeld toen Max van Weezel de hoofdpersoon was.

Onlangs, zaterdag 27 juli (als ik dit schrijf, is het 6 augustus), kwam Gert-Jan Segers (Lisse, 1969) aan het woord. Extra intrigerend om te lezen sinds wij zelf in een dorp wonen dat zo onderhand het strengst is in de Biblebelt-leer en waar SGP en CU de dienst uit maken. 

Niks mis met de Christenunie, dat wist ik al wel, en evenmin met haar fractievoorzitter (sinds eind november 2015). Maar Segers' oprechtheid en zijn openhartigheid over zijn opvoeding en zijn ontwikkeling als ‘gelovige’ maakten toch wel indruk op mij, evenals zijn stellig stelling nemen in de klimaatdiscussie. 
Ik citeer uit zijn antwoorden op het tweede, vijfde en achtste gebod. 




De foto is, zoals altijd in deze serie, van topfotograaf Mark Kohn



2.
Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.

“Als mijn ouders het me niet verboden hadden om te voetballen, dan was ik misschien wel in het Nederlands elftal geëindigd. Grapje natuurlijk, maar ik was absoluut bezeten van die sport. In hun ogen was het niks anders dan verdwazing, een verafgoding van sporthelden en je eigen lichaam. Er waren meer conventies – geen afbeeldingen van Jezus, geen televisie, geen bioscoop – die allemaal pasten in de traditie van de Gereformeerde Gemeente, lastig voor mij als kind, maar ik heb altijd gezien wat er voor mijn ouders achter zat: een warm hart voor God en voor de mensen om hen heen. Ze hadden er alles voor over om hun missie gestalte te geven. 
Ik heb er een paar lagen afgepeld en kan inmiddels zonder schuldgevoel genieten van een bioscoopbezoek, een mooie voetbalwedstrijd of een avondje Netflixen, maar in de kern kom ik wel op hetzelfde idee uit, namelijk dat ik, net als mijn ouders, bereid ben om mijn leven in dienst te stellen van God en de mensen om mij heen.”


5.
Eer uw vader en uw moeder.

“Mijn vader was de zoon van een bollenboer in Lisse. Zijn drie broers zijn in de bollen blijven werken, maar hij ging weg- en waterbouw studeren in Delft. Tijdens het eerste jaar van zijn studie had mijn vader een bijzondere geloofservaring: hij hoorde een tekst – ‘Mijn genade is u genoeg’ – die resoneerde in zijn hart en hem deed besluiten om het onderwijs in te gaan en met mensen te gaan werken. Hij werd uiteindelijk directeur van een mavo, maar wilde liever predikant bij de Gereformeerde Gemeente worden. Op een dag las hij een advertentie waarin een kerkplanter – een soort zendeling in eigen land – voor Leeuwarden werd gezocht. Hij solliciteerde en werd aangenomen. Ik was acht. We vertrokken met het hele gezin naar het noorden.
Wij, de kinderen, werden ook ingeschakeld bij de hoge opdracht die mijn vader had gekregen. Ik nam voetstoots aan dit mijn vaders roeping was. Als God je roept, dan ga je. Zo denk ik er nu nog steeds over... maar het verhaal van mijn vader is toch verdrietig afgelopen. Hij werkte zo hard, deed zo verschrikkelijk zijn best – nóg een huisbezoek, nóg een lezing – dat hij zijn eigen gezondheid en het welbevinden van de mensen om hem heen vergat. Hij liep vast in zijn leven. Ik zag het gebeuren, ik zag zijn handen trillen, ik proefde ook momenten van grote eenzaamheid... maar ik kon hem niet bereiken.
Ik zat in mijn studententijd, probeerde zelf uit te vogelen wat ik nou precies geloofde. Voor mij ging de wereld open, terwijl die van mijn vader juist steeds enger werd en hij almaar rechtlijniger ging denken. Mijn vader bezweek op zijn zestigste aan de gevolgen van een hartaanval. Het tragische is dat ik voor mijn gevoel al een paar jaar voor zijn dood afscheid van hem had genomen. Ik heb het mezelf nog heel lang kwalijk genomen dat ik niet genoeg mijn best had gedaan om hem in die eenzame periode te bereiken.
Ik weet dat hij een ontzettend lieve man was, iemand die met hart en ziel werkte, trouw aan zijn roeping, maar het was moeilijk met hem in contact te komen. Veel liep via mijn moeder. Mijn moeder gaf soms mijn vaders emoties door: ‘Hij mist je’ of ‘Hij vindt het fijn als je thuiskomt’. Hij was natuurlijk ook een kind van zijn tijd, maar ik heb die persoonlijke aandacht wel gemist. Daar gaat mijn verdriet over, als ik bij zijn graf – heel lang de enige plek waar ik kon huilen – sta: de mislukking, het onvermogen... Tegelijkertijd weet ik: als God voor mij genadig is, moet ik ook voor hem genadig zijn.
Ik heb altijd een betere band met mijn moeder gehad. Ze is nu 78. We bellen iedere zondagavond met elkaar. Er bestaat een basaal vertrouwen. Ze zegt: ik hoef niet alles te weten wat je doet. Ze is het ook niet altijd eens met de keuzes die ik maak, maar dat doet aan onze hartsverbondenheid niets af. Ik weet niet of ze trots op me is. Dat woord zal ze nooit gebruiken. Ze is dankbaar. Net als ik. Ik voel wel een soort vaderlijke trots voor mijn drie dochters, maar ik zal me nooit ergens op laten voorstaan. Dit is niet mijn werk, niet mijn verdienste, het gebeurt niet alleen maar door mijn toedoen; het ontstaat met Gods gratie en het enige wat daarbij past is dankbaarheid.”


8.
Gij zult niet stelen.

Earth Overshoot Day, de dag waarop we evenveel grondstoffen hebben verbruikt als de aarde in driehonderdvijfenzestig dagen in staat is te produceren, wordt in Nederland al in april bereikt. In april! En daarna moeten we gaan stelen van anderen, elders in de wereld, maar vooral ook: van onze kinderen. Ja, we zijn waardeloze rentmeesters, echt waardeloos. Ik ben van nature helemaal niet zo groen of duurzaam ingesteld, maar het is voor mij volstrekt evident dat we zo niet langer kunnen doorgaan.
Thierry Baudet zegt dat ik gek ben, Geert Wilders beweert dat ik een nieuw soort groene religie aanhang, maar mijn afwegingen zijn nuchter en rationeel. Volgens het beste weten van de beste klimaatwetenschappers moeten we nu handelen om verdere klimaatverandering tegen te gaan. Maar nee, dat soort mannen gelooft liever een plukje gepensioneerde hoogleraren – vaak op heel andere vakgebieden deskundig – die in de krant […] het tegenovergestelde beweren. Zo’n club krijgt status en aandacht omdat er nu eenmaal een heel kwaadaardig, destructief wereldbeeld bestaat waarin de overheid als vijand fungeert en politici zakkenvullers zijn.
Soms hebben mensen economische belangen, bijvoorbeeld als ze hun geld verdienen in de fossiele brandstofindustrie, maar er is ook een grote groep die niet bereid is iets van hun welvaart in te leveren, die niet wil dat hun levensstijl wordt aangetast. Zij móeten die klimaatontkenners wel geloven omdat ze anders willens en wetens de aarde vernietigen, omdat ze anders dieven zouden zijn.”

Archief 2019