Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 36 - 256. Pompelmoes

vrijdag 13 september 2019

Ik heb het verhaal nooit kunnen terugvinden, niet als kind en niet als volwassene, niet in de bibliotheek en ook elders niet, en nog steeds niet. Op vrijmarkten en in weggeefkastjes kom ik wel eens een Pompelmoesboek tegen, maar nooit het boek met dit verhaal, alsof het nooit echt heeft bestaan...


Column van Rob van Essen in de Volkskrant (dinsdag 23 juli):

Pompelmoespleintje

Toen ik een half jaar geleden in Brussel bivakkeerde, dronk ik er een paar keer koffie: een klein hipsterzaakje met vriendelijk-nerveuze bediening, in een van die smalle kasseienstraten die van de bovenstad naar beneden voeren, niet ver van het Justitie­paleis dat als een reusachtige versteende mee-eter boven de stad uittorent. Het zat op een hoek, met een terras waar het toen veel te koud was.
Bij latere bezoeken aan Brussel kon ik zowel het zaakje als het kruispunt niet terugvinden. En het bleef spoorloos, ook wanneer ik thuis in Amsterdam aan de hand van Google Streetview als een manische sprinkhaan door Brussel sprong. Alsof het nooit had bestaan, alsof het een tijdelijke verschijning was geweest. Kortom, hier was sprake van een Pompelmoespleintje.
We waren thuis lid van een streng gereformeerde kerk en veel dingen waren van de duivel, maar gelukkig mocht ik naar de Openbare Bibliotheek. Ik hield van de boeken van Hans Andreus over Meester Pompelmoes. In een van die boeken stond een verhaal waarin de oude Pompelmoes op een wandeling door de stad een steegje in loopt dat hij nooit eerder heeft gezien. Aan het eind bevindt zich een zonnig pleintje met een caféterras en een vriendelijke ober die aardige dingen zegt en lekkere koffie zet en een vogel die mooi fluit in een boom. Ik geloof zelfs dat er een tekening van die vogel bij stond, alles was kalm en goed.
Later wil Pompelmoes terug naar dat pleintje, om die dromerige, serene stemming nog eens te ondergaan, maar op de plek waar het steegje de vorige keer begon, staan de huizen tegen elkaar aan, alsof er nooit een doorgang is geweest.
Als 8-, 9-jarige kon ik de stemming die het verhaal bij me opriep nog niet benoemen, pas later zou ik het herkennen als de milde melancholie waarvoor ik in de loop der jaren een al te goede antenne zou ontwikkelen.
Ik heb het verhaal nooit kunnen terugvinden, niet als kind en niet als volwassene, niet in de bibliotheek en ook elders niet, en nog steeds niet. Op vrijmarkten en in weggeefkastjes kom ik wel eens een Pompelmoesboek tegen, maar nooit het boek met dit verhaal, als het nooit echt heeft bestaan.
Vandaag trok ik er in Brussel op uit om het koffiezaakje terug te vinden. Het lag hoger dan ik had gedacht, maar ik vond het, het was er nog, het was er al die tijd geweest. Nu drink ik er koffie. Op het terras is het te warm, binnen is het koeler, ik kijk uit over het kruispunt, meisjes met Lize Spit-knotten lopen voorbij in de zon>


Nou, Rob, hier is-tie dan:




 

Archief 2019