Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 35 - 246. Vlaar [1/2]

dinsdag 03 september 2019

Maria Vlaar kennen lezers van deze site al (lees hier). Zaterdag 21 (juli) stond er een sterk artikel van haar in Het Parool over het verschil van schrijven over seks door mannelijke en vrouwelijke literaire auteurs. 

Een paar citaten:

De kiem voor dit stuk werd gelegd toen ik een recent gepubliceerd verhaal las van een veelgeprezen mannelijke literaire auteur, waarin een vrouw zich probeert voor te stellen dat ze voor de eerste keer seks heeft met een kersverse minnaar. Hij buigt zich over haar heen, ‘neemt’ haar zonder dat de rest van zijn lichaam haar aanraakt, en dan is het raak: zij komt ‘glorieus’ klaar.
Ik kon mij niet anders voorstellen dan dat de schrijver diepe ironie bedreef. Dit is immers niet hoe vrouwen, maar hoe mannen het graag zien: ze penetreren de vrouw en zij komt uit dankbaarheid daarvoor meteen klaar. Deze gevierde intellectueel zou toch wel weten dat hij een mannelijke pornofantasie beschreef?
Sinds Jan Cremer en Jan Wolkers kijkt niemand meer op van een stevige seksscène in een literaire roman. Toch werd ik verschillende keren aangesproken op de seksscènes in mijn verhalenbundel 
Diepe aarde. ‘Niet functioneel,’ schreef een vertaler die verder vol lof was. ‘Oei, oei, oei,’ fluisterde een lezeres mij toe tijdens een literaire voorleesmiddag. Ik was verbaasd. Waren we dit o-la-la-stadium niet allang gepasseerd? Niet, zo bleek mij, als het gaat om vrouwelijke schrijvers.

Vrouwen die er helemaal voor gaan – Heleen van Rooyen, Catherine Millet, E.L. James – worden snel buiten de categorie ‘literatuur’ geplaatst en besproken op andere dan de literaire krantenpagina’s, wat mannelijke auteurs niet zo snel zou overkomen. Maar hoe zit het met seks beschreven door vrouwen die wél erkend worden als literair auteur?


Dan volgen er voorbeelden van Manon Uphoff (uit Vallen is als vliegen), Marie Kessels (uit Veldheer Banner), Hanna Bervoets (uit Welkom in het rijk der zieken), Elsbeth Etty (uit Maak jezelf maar klaar) en Mensje van Keulen (uit Trucjes). Overtuigend, want… zeer opwindend.

Archief 2019