Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 34 - 240. Meester van het eenharig penseel [2/2]

woensdag 28 augustus 2019

Vervolg van gisteren.


Een liefdesgeschiedenis

Marie van Vlijmen en Karel Nussbaum lopen op de laatste avond van het jaar 2017 op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Ze zijn in 1937 geboren in deze stad, niet in dezelfde wijk, niet in hetzelfde milieu. Bij Karel is het geen vetpot, maar hij heeft hersens. In het huis van Marie hangen de impressionisten aan de muren, Manet, Degas, Renoir. Zij heeft ook hersens. Ze zit op het Vossius gymnasium, hij op het Barlaeus. Ze ontmoeten elkaar pas in 1957, zij studeert aan de Vrije Universiteit, hij aan de Gemeentelijke Universiteit.
Ik weet niet meer wat ze studeerden, ik ben het vergeten, het is zo lang geleden. Ze krijgen een wilde verhouding die de aandacht trekt. Na een half jaar verstomt het feest, Marie vertrekt naar New York waar haar vader directeur van een natuurkundig laboratorium is geworden. Marie voltooit haar studie, trouwt met een Mexicaanse diplomaat en wordt bijna volmaakt gelukkig. Karel Nassbaum blijft zijn hele leven in z’n geboorteplaats wonen, hij wordt een beroemde Amsterdammer. Hun levens verdwijnen in in het verleden. Op de laatste avond van het jaar 2017 herkennen ze elkaar meteen. Ze kussen elkaar, Marie zegt: ‘We hadden moeten trouwen.’ Karel zegt: ‘Ja.’ 



Prachtig geschreven toch. De tranen sprongen in mijn ogen na het lezen van dit ZKV. En zo vermaakt en ontroert en verrast Snijders in elke bundel weer: niet alleen, à la Carmiggelt, schrijvend over wat hij ziet en hoort op straat, maar vooral over wat hem invalt over beeldende kunst, literatuur, muziek… Een heel groot auteur. Ja, meester van het eenharig penseel

Archief 2019