Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 32 - 225. Campert [3]

dinsdag 13 augustus 2019

Soms denk ik aan mijn vader, die ik niet goed gekend heb en die mijn leven al jong verliet. Hoe zou het zijn geweest als hij mijn volwassenwording had meegemaakt? Ik heb een huwelijksfoto van mijn moeder en mijn vader. Hij blikt ernstig de toekomst in, niet wetend dat een vroeg dood hem wachtte. Hij bleef niet lang bij mijn moeder, want hij was naar eigen dichten ‘ontrouw van aard’. Mijn moeder hertrouwde niet, maar groeide uit tot een sterke, onafhankelijke vrouw, die haar eigen boontjes heel best kon doppen. Ze was actrice, altijd op tournee door het hele land. Toch was ze voor mij altijd warm aanwezig. Ik heb haar nooit gemist, zoals ik mijn vader miste.
Wat heb ik met mijn vader gemeen? Een zekere vorm van egocentrisme waarschijnlijk, nodig, maak ik mezelf wijs, om mijn poëzie te beschermen. Het is een teer product, door het minste of geringste tot verstoring gebracht.
Met mijn vader heb ik ook het dichterschap gemeen. Ik lees en schrijf poëzie. Vaak valt me op straat een dichtregel in. Waar die vandaan komt is een raadsel. Ergens uit het heelal of, liever, uit de aarde. Ik haast me naar huis om die regel op te schrijven en het gedicht uit te werken. Het hoeft niet ‘mooi’ te zijn. Ik schreef:
Van mooie poëzie heb ik nooit zo erg gehouden…




Prachtige bundeling van verhalen die Remco Campert (tussen 2014 en voorjaar 2018) schreef voor Elsevier. Van het achterplat:
Dagelijksheden is een gevoelig zelfportret in bijna honderd korte verhalen. Vol humor, zachte melancholie, speelse associatiesen dansende zinnen, schrijft Remco Campert over ouder worden, zijn jeugd, zijn vrienden en zijn geliefde. Hij toont zich even kwetsbaar als levenslustig terwijl hij de lezer een intieme blik gunt in zijn dagelijks leven. 

Ter gelegenheid van deze bundeling interviewde zijn biografe, Mirjam van Hengel, hem voor Volkskrant-magazine (6 juli). Een paar citaten: 

Onlangs is zijn bundel Dagelijksheden verschenen, een selectie van columns uit de jaren vóór het moment dat hij liet weten: ik hou daarmee op. Voorjaar 2018, het werd hem te veel. 'Ik ben 88, ik schrijf drie stukjes per week, het is ook wel een keer genoeg.'
'Remco Campert stopt met schrijven' kopten meteen alle kranten en tot zijn eigen verbijstering was het zelfs op het journaal. 'Is zoiets nieuws?', zei hij een week later, met opgetrokken wenkbrauwen en een sigaret opstekend. 'Nou ja.'

Nou ja. Remco Campert neemt de dingen zoals ze komen. Dat is altijd zo geweest en het is nog steeds zo. Als hij merkt dat het schrijven van wekelijkse columns - twee voor de Volkskrant, eentje voor Elsevier - hem te veel wordt, stopt hij ermee. Als dat nieuws blijkt te zijn, haalt hij zijn schouders op. Als hij wekenlang moe is, past hij zich daar kalm bij aan. 'Hij zit in zijn kamer en hij doet niets', zegt dan zijn vrouw Deborah - hij zit te leven en daar leest ie de krant bij. En als zijn 90ste verjaardag voor de deur staat zegt hij: 'Ik zie die dag als een gewone dag. Een dag waar ik zin in heb, zoals in de meeste dagen.' […]
'Ik lees nog dagelijks al mijn kranten en ik kijk naar het nieuws. Ik weet goed wat er in de wereld gebeurt. Maar ik ben nooit ieman0d geweest met heel uitgesproken meningen, ik vind dat je daar als schrijver je eigen manier voor hebt: je schrijft vanuit hoe je naar de wereld kijkt. Daar komt het dan wel in terecht. Dat heb ik altijd gehad. Ik heb een poos geleden die gedichten geschreven over Assad en zo, ik vond dat dat móest, het ging eigenlijk vanzelf. Maar ik moet er niet te erg in betrokken zijn, geen heilige verontwaardiging, dat werkt allemaal niet. Ook vaktechnisch gesproken niet. Met meningen schrijf je geen goed gedicht. Ik vind dat het genoeg is om te constateren. Het oordeel moet je aan anderen overlaten… 

Archief 2019