Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 32 - 223. Karin Bloemens ware verhaal

zondag 11 augustus 2019

 
[Lees ook hier.


Van het achterplat:

In Mijn ware verhaal vertelt Karin Bloemen voor het eerst het aangrijpende verhaal van haar jeugd, die getekend is door misbruik en angst. Haarscherp brengt ze in beeld wat het met een jong meisje doet als de personen die je moeten beschermen het op je hebben voorzien.

In hoofdlijnen was bekend wat Karin Bloemen (1960) meemaakte, zoals het seksueel misbruik in haar jeugd door haar tirannieke stiefvader en de tragische dood van haar zus en twee van haar zus’ kinderen. Ook ik heb het verhaal uit haar eigen mond gehoord en zelfs opgetekend in de jaren negentig, toen ik voor Trouw werkte en ik haar enkele keren interviewde en ook dikwijls privé ontmoette
Met journalist Thomas van den Bergh heeft ze het ware verhaal nu opgetekend en doorgetrokken naar het nu. Het resultaat is een nog veel indrukwekkender boek dan ik - immers al met 'de materie' bekend - had verwacht.

Evelien van Veen interviewde Karin Bloemen voor Volkskrant Magazine (22 juni). Dat gesprek eindigt zo:

Het misbruik heeft haar leven bepaald, maar nee, ‘ik ben natuurlijk niet alleen maar een incestslachtoffer, doe even normaal.’ Dat leuke leven, dat heeft ze gekregen, na ‘heel veel therapie’ en vooral door man Marnix (Busstra, vermaard jazz-muzikant en -componist, FV) en de komst van dochters Eliane (22) en Iona (20). ‘Door hen heb ik kunnen zien wat dat is, een fijne jeugd. Dat vond ik het mooiste cadeau van de wereld, want daardoor heb ik zelf als het ware alsnog ervaren hoe het hoort om jong te zijn. Dat je 4 bent en je speelt in de zandbak en je vader tilt je op en geeft je een dikke kus en er gebeurt verder niks. Ik heb vaak tegen Marnix gezegd, toen ze 7, 8 jaar waren, kijk nou toch, die pukken, hoe kún je? We hebben er samen om gehuild. [...]
En daarom heb ik dus dat boek geschreven. Er zullen mensen zijn die zeggen: daar heb je Karin Bloemen weer met haar incest. Een meneer zei zelfs: [...] ze kokettéért ermee. Dat je denkt: echt waar, joh, noem je dat nou zo? Maar ik moet het aankaarten, het is mijn plicht te laten weten: het is niet jouw schuld als het gebeurt. En daarom moet ik erover schrijven en Manon Uphoff moet erover schrijven en Erna Sassen, die het op de Kleinkunstacademie meemaakte, moet erover schrijven, zodat er nooit meer iemand zegt tegen een slachtoffer: en wat was jóúw aandeel?
Je zei: er spreekt woede uit je boek. Je zou het kunnen interpreteren als een soort laatste wraakactie. Maar dat is het niet. De woede zit erin dat het heeft kunnen gebeuren. Dat niemand in de omgeving de verantwoordelijkheid heeft genomen om in te grijpen. Die woede blijf ik altijd houden. Daarom vertel ik mijn verhaal. Het is niet leuk, want mijn dochters worden ermee geconfronteerd en Gerben
(de zoon van haar gestorven zus, die de brand overleefde waarbij zijn moeder, broer en zusje (pas een half jaar oud) om het leven kwamen; Karin adopteerde hem daarna, FV) wordt er opnieuw mee geconfronteerd, maar het moet gewoon, want ik ben oud en zometeen kan het niet meer. Dus dat is dan maar mijn taak.'

Ik heb het voorrecht Karin Bloemen wat beter gekend te hebben en weet: dit is honderd procent oprecht en zo'n citaat ontroert me dan ook. Diepe buiging voor zoveel moed.  

 

Archief 2019