Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 29 - 206. Olifant van zeep. Typisch Thomas

donderdag 25 juli 2019

Hoeveel boeken heeft hij geschreven? Zo’n 35 titels tel ik achterin, waarvan ik er toch veel gelezen heb. Ook zijn nieuwste, Olifant van zeep, is ‘typisch Thomas’.




Thomas Verbogt (Nijmegen, 1952) verstaat de ‘kunst van het lijden’. Die omschrijving dank ik aan zijn lotgenoot Hans Dorrestijn. Toen die al zijn ellende nogal letterlijk beschreef en bezong, oogstte hij vooral medelijden; pas toen hij die met literaire stijlmiddelen als hyperbool en humor wist om te zetten, werd het kunst.  
Thomas Verbogt is in werkelijkheid - we kennen elkaar een beetje via via - wat verlegen en daardoor onhandig in zijn communicatie. In zijn korte verhalen en romans weet hij dat uit te vergroten en, geholpen door zijn sterke observatievermogen, in te zetten voor het onder woorden brengen van onverwachtse gebeurtenissen, toevallige ontmoetingen en onontkoombare verplichtingen. Zijn hoofdpersonage wordt daardoor nog sympathieker dan de schrijver zelf al is en diens gaan en staan niet ongemakkelijk of betreurenswaardig alledaags, maar melancholisch en vaak ook humoristisch.




Hij staat in zijn ochtendjas, maar de deur valt dicht, de sleutel ligt binnen, de buurvrouw met reservesleutel rijdt net weg, hij trapt ook nog met zijn voet in glas… Zo beeldend, dat je hardop moet lachen…
Hij zit in de Stiltecoupé, waar de conducteur twee vrouwen tot zwijgen maant wanneer hij op weg is naar zijn moeder op de verjaardag van zijn gestorven vader, die hij in leeftijd inmiddels voorbij is… Zo mooi schakelend tussen weetjes en weemoedigheid, dat je er zelf stil van wordt…
Of een aankoop moet geruild, maar de kassajuffrouw staat nogal kordaat op haar strepen… Zo kleinerend dat je met hem meeleeft…
Wat je onthield van vroeger: een gehate leraar Engels, maar ook een vroegere liefde…  Herinneringen die soms verschillen, omdat het die ander vergaat zoals hemzelf: “Alsof ik van een afstand naar mezelf kijk.” 

Archief 2019