Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 24 - 172. Even stil [3/3] - Dierenleven [14/52]

vrijdag 21 juni 2019

Vervolg van hier.


Ik kom nog even terug op de gebeurtenis waaraan het boek van Frans de Waal zijn titel Mama’s laatste omhelzing dankt. Daarover schreef ik al uitvoerig, maar wat ik mij onder meer nog afvroeg (en mijn lezers met mij, merkte ik), was waarom chimpansee Mama met haar vingers tikt op het achterhoofd van Jan van Hooff, die haar nog eenmaal bezoekt. Inmiddels weet ik het antwoord, want in zijn boek (pagina 21-23) beschrijft De Waal de gebeurtenis gedetailleerd. Ik citeer wat uitvoeriger, want ik blijf het imponerend vinden.


Frans de Waal


Een maand voordat Mama negenenvijftig werd en twee maanden voor de tachtigste verjaardag van Jan van Hooff, hadden deze twee oude hominiden een emotioneel weerzien. Mama, die sterk vermagerd was en het net lang meer zou maken, was een van de oudste dierentuinchimpansees ter wereld. Jan, van wie het witte haar sterk afstak tegen zijn felrode regenjack, was lang geleden de hoogleraar biologie die als promotor van mijn proefschrift optrad. Zij tweeën kenden elkaar al meer dan veertig jaar.
Mama ligt ineengedoken in een foetushouding op haar strobed en kijkt niet eens op als Jan, die wat vrijpostig haar nachthok is binnengestapt, dichterbij komt onder het uiten van wat vriendelijk gegrom. Mensen zoals wij, die met mensapen werken, bootsen vaak hun kenmerkende geluiden en gebaren na: een zacht gegrom werkt geruststellend. Als Mama eindelijk uit haar sluimering ontwaakt, duurt het nog even voordat ze doorheeft wat er gebeurt. Maar dan, bij het zien van Jan, die dichtbij is gekomen, toont ze immense vreugde. Haar gezicht verandert in een extatische grijns, die veel breder is dan die van een mens. De lippen van chimpansees zijn ongelofelijk flexibel en kunnen binnenstebuiten worden gekeerd, zodat we niet alleen de tanden en het tandvlees vanMama zien, maar ook de binnenkant van haar lippen. Mama’s gezicht is voor de helft één grote grijns, terwijl ze een zacht, hoog geluid maakt als bij momenten van sterke emotie. In dit geval is de emotie duidelijk positief, want ze streelt voorzichtig zijn haar, slaat dan een van haar lange armen om zijn nek om hem dichter naar zich toe te trekken. Tijdens haar omhelzing kloppen haar vingers ritmisch op de achterkant van zijn hoofd en nek als een troostend gebaar dat chimpansees ook gebruiken om een jammerend jong te kalmeren. 
Dit was typisch 
Mama: ze moet Jans schroom bij het binnendringen van haar domein hebben gevoeld. En zo liet ze hem weten dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Ze was blij hem te zien.

Deze ontmoeting was absoluut de eerste in haar soort. Ook al hadden Jan en Mama in de loop van hun leven elkaar talloze keren door de tralies gevlooid, geen enkel weldenkend mens zou een hok van een volwassen chimpansee binnenwandelen. Chimpansees zijn in onze ogen niet zo groot, maar hun spierkracht is aanzienlijk forser dan die van ons en er bestaan talloze meldingen van gruwelijke aanvallen. Zelfs de grootste menselijke professionele worstelaar zou het onderspit delven tegen een volwassen chimp. Toen ik Jan vroeg of hij hetzelfde gedaan zou hebben bij een van de andere chimpansees in de dierentuin, van wie hij sommige bijna even lang kende, zei hij dat hij te veel aan het leven hechtte om dat in zijn hoofd te halen. Chimpansees zijn zo onberekenbaar dat alleen mensen die hen hebben grootgebracht veilig bij hen kunnen zijn, iets wat niet gold voor Jan en 
Mama. Maar de situatie was nu anders omdat ze verzwakt was. Bovendien had ze in het verleden zo vaak blijk gegeven van positieve gevoelens voor Jan dat ze elkaar waren gaan vertrouwen. Dat had Jan de moed gegeven voor zijn eerste en laatste persoonlijke ontmoeting met de oude koningin van de kolonie in Burgers’ Zoo in Arnhem.

Archief 2019