Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 24 - 170. Buig mee voor P [1/2]

woensdag 19 juni 2019

Deze dagen (als ik dit schrijf, is het zaterdag 1 juni) speelt Erik van Muiswinkel in de Verkadefabriek zijn nieuwe theaterprogramma, dat hij hier de vorige maand ook monteerde. Buigt Allen Mee Voor Drs. P, met als ondertitel:Erik van Muiswinkel eert een honderdjarige. Dat gebeurt aan de hand van liederen van en anekdotes over Hein Polzer (1919-2015), die in augustus honderd jaar zou zijn geworden.

Van Muiswinkel, in de voorstelling begeleid door Guus van Marwijk op toetsen en Paul Remmelts op snaren, heeft Drs. P persoonlijk gekend – zij correspondeerden al in 1976 met elkaar – en dat stelt hem in staat Polzers leven en werk vakkundig samen te brengen. 

Ontroerend is het deel waarin Van Muiswinkel vertelt over de laatste jaren van de oude meester. Die waren moeilijk. Inmiddels zwaar dement en breekbaar woonde hij in De Flesseman, hetzelfde Amsterdamse verzorgingshuis als waar Adèle Bloemendaal verbleef; zij was zelfs zijn buurman. Hij schreef in de vroege jaren zeventig haar feestkrakers Hallelujah Kameraden en Wat heb je gedaan, Daan? Over dat laatste lied meldde hij zelf in betere tijden: “Toen het krakerseizoen weer eens wat aangebroken, stelde ik balsturig een nummer samen uit de essentiële elementen van zo’n ding: dom refrein met veel herhaling en voor de coupletten min of meer geladen rijmwoorden. Zinledige lettergrepen completeerden de tekst. Het werkte.” Maar nu kenden ze elkaar niet meer; Adèle was zelfs bang van de oude knorrepot.
 



In die laatste jaren van zijn leven kreeg hij dagelijks bezoek van een van de leden van het zogenoemde P-Comité. Dat bestond uit een aantal vrienden, onder wie dichter Ivo de Wijs, muzikant Paul Prenen, uitgever Vic van de Reijt en jazzpianist Ringo Maurer.
Ivo de Wijs zat een keer bij de Doctorandus aan tafel en citeerde het eerste couplet van De Grenadiertjes, waarna de maker ervan onverwacht en onverwachts inviel en foutloos alle zeventien de coupletten declameerde. De Wijs vertelde over dat voorval aan het comité en Ringo Maurer besloot Polzer bij een volgend bezoek in zijn rolstoel mee te nemen naar de hal van de Openbare Bibliotheek, waar immers een piano staat. 
Zo’n drie kwartier heeft hij daar de zacht zingende Polzer begeleid en fotograaf Dennis Hilgers kwam voorbij en was zo alert om daarvan met zijn iPhone een stukje op te nemen. Erik van Muiswinkel laat er in zijn voorstelling een fragment van zien: Zusters Karamazov. (Lees hier de tekst.) Ontroerend beeld, omdat je ziet hoe de broze Polzer geniet, óók van het publiek dat hem omringt. Dit was minder dan vijf maanden voor zijn dood.

Archief 2019