Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 21 - 146. Waarom ik erover begin

zondag 26 mei 2019

Waargebeurd: een Jong Talent uit het voorprogramma van de Grote Cabaretier maakt een afspraak met de Erudiete Impresario. Zij wil, zo vertelt zij hem ambitieus, een soloprogramma maken. Of hij dat wil boeken? De belangstelling vanuit theaters zal groot zijn, zo verwacht zij, want de twee afgelopen seizoenen was zij immers altijd en overal uitverkocht. 
De impresario moet een lach onderdrukken en vraagt dan: “Denk je niet dat die zalen uitverkocht waren omdat men graag de Grote Cabaretier wilde zien? Dus dat zij naar het theater kwamen voor de man in wiens voorprogramma jij als Jong Talent stond?” Nogal een understatement. Maar niet voor haar. Want zij denkt even na en antwoordt dan: “Ja, zijn bekendheid zal natuurlijk óók meegespeeld hebben.”

Waarom begin ik hierover? Men maakte mij er onlangs op attent dat in het CV van een broodschrijver staat dat hij de (co-)auteur is van een boek dat ik heb geschreven. Ik kon het niet geloven, want hij leverde slechts enkele gastbijdragen aan, nota bene in opdracht van mij. Maar het staat er echt. Wie over te weinig prestaties beschikt voor zijn Palmares, zal ze moeten verzinnen. Handig gedaan, dat co ervoor zetten om je in te dekken. Toch zal een ieder het lezen als dat hij de auteur is, maar dat er ook (een) ander(en) aan meewerkte(n). Toch?
 
Gisteren – als ik dit schrijf, is het zondag 12 mei – meldde NRC-Handelsblad dat Europarlementariër Frans Timmermans er prat op gaat dat hij zes talen vloeiend spreekt, waaronder Spaans. De krant was er onlangs toevallig bij toen hij in Spanje de pers te woord stond in het… Engels, want Spaans – nee, dat lukte niet. En ach, hoeveel andere voorbeelden kennen we niet van politici en hoogleraren die hun CV mooier maakten dan het in werkelijkheid is?

Maar opnieuw de vraag: waarom begin ik hierover? Omdat ik gisteren een bundel kreeg aangereikt van een dichter-zanger wiens werk ik bewonder, die ik zelfs beschouw als een vriend. Hij gaf in eigen beheer een aantal persoonlijke notities uit. Geen liedjes, maar ook geen gedichten, want zo begint hij zijn vooraf:
Afgelopen weken heb ik een selectie gemaakt van de gedichten die ik door de jaren heen heb geschreven. Nou ja, gedichten… Het klinkt misschien als een goedkoop excuus, maar ik heb met deze verzameling niet de ambitie poëtisch te zijn. En dan vervolgt hij met:
Ik zou zeggen, liever niet. Het poëtische leidt naar mijn gevoel al snel tot vervelend hermetisme of, erger nog, taalkunstige aanstellerij.

Oeps, dacht ik. Die heeft weinig van de Poëtica meegekregen, terwijl ook 'zijn' liedkunst daartoe behoort, nee, er zelfs aan ten oorsprong ligt. Stuitend voorbeeld van onbelezenheid en onnozelheid. Dat blijkt ook als ik begin te lezen. Van Martinus Nijhoff is de beroemde uitspraak Er staat niet wat er staat. Precies wat poëzie zo interessant maakt. Hoe anders is het hier: meestal staat er gewoon wat er staat en de werkelijkheid is van zichzelf meestal niet zo boeiend.
Als gezegd: ik bewonder het werk van de dichter-zanger. Ik had hem daarom een goede redacteur toegewenst: iemand die hem naar de poëzie toe had kunnen leiden in plaats van die domweg met hem de rug toe te keren. Die invalshoek had het bijzonder kunnen maken. 

En nu dus waarom ik erover begin. Ik kijk toch even in het colofon of hij wel een redacteur heeft gehad en lees dan de naam van… welja, onze broodschrijver. Van die man dus die het boek zegt te hebben geschreven dat ik schreef en die ik – ook in de jaren dat wij als journalisten over dezelfde onderwerpen en bijeenkomsten schreven – wel op hoogmoed, maar nog nooit op ook maar één poëtische gedachte heb kunnen betrappen. Hoeveel pech kun je als auteur hebben als je vertrouwt op diens (deels bij elkaar verzonnen) CV?

Ik ga over deze bundel nog wel schrijven, want, als gezegd: ik heb de auteur hoog, als dichter-zanger en als persoon. Bovendien las ik er ook teksten in met mooie invalshoeken. Maar nu nog even niet; eerst even mijn teleurstelling over zoveel gemiste kansen van me afschudden. 

Archief 2019