Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 19 - 138. Pooweezie [7/8]

zaterdag 18 mei 2019

Vervolg van hier.


Ik zei dat wel zo stellig: Maria Barnas en Radna Fabius – een van hen gaat de Grote Poëzieprijs 2018 winnen, die 16 juni wordt uitgereikt tijdens Poetry International. Maar Roelof ten Napel (1993) is zeker ook een kanshebber.  
 



Van de achterkant:
Wat doe je met de woorden van je voorouders als je breekt met hun gebruiken en tradities, en met hun god? Kun je daar wel mee breken, als die woorden in je om blijven gaan? Of is traditie misschien precies waar je – zelfs als je zou willen – niet mee kunt breken? Omdat je dan zou moeten breken wie je bent.

god niet met een hoofdletter is in dit verband veelzeggend. En de laatste zin is al poëzie: niet breken met wie je bent, maar breken wie je bent.





In Het woedeboek leren we – het is zo indringend, dus het kan echt niet anders dan autobiografisch zijn – een homoseksuele jongen kennen die leeft in een streng Christelijk milieu. Zijn verlangens zijn in strijd met zijn geloof – hij maakt zijn familie er zelfs mee te schande. Maar… breken of gebroken worden; to be or not to be

Het zijn breekbare gedichten waarin hij met zichzelf in gesprek is. Er zijn steeds terugkerende titels als MachineVuur en Magnolia, die staan voor onder meer traditie, verwachting en teleurstelling. En woede uiteraard: naar zijn omgeving die zich van hem afkeert en naar zichzelf, want zijn niet geaccepteerde geaardheid maakt hem eenzaam. Hoe meer Bijbelcitaten er voorbij komen – veel van die gedichten kregen de titel Psalm en Gebed – hoe beklemmender het wordt. 
Maar gelukkig is er ook de Wolf, waardoor je weet dat hij niet opgeeft, maar de strijd aangaat, al blijft dat vooral met zichzelf. 
In het slot – acht gedichten die de afdeling Jongen vormen, waarvan dit (lees hier) het eerste is – lijkt het of we te maken hebben met het ontstaan en overgaan van een (homosekusele) liefdesrelatie, maar als je beter leest, weet je dat de hoofdpersoon (tevens de dichter) beide jongens is: zijn oude ik, waarvan hij afscheid neemt, en zijn verander(en)de ik.

Archief 2019