Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 18 - 131. De mooie dingen

zaterdag 11 mei 2019




De monografie die theaterhistorica Xandra Knebel (1967) schreef over Jenny Arean (pseudoniem van Jenny Klarenbeek, 1942) ligt al sinds november op mijn werktafel. Ik las haar onmiddellijk en blader er nu nog wel eens in. 
Goed dat er zo helder in doorklinkt hoe eigenzinnig Arean was en is: voorbestemd een tienersterretje te worden, in navolging van Willeke Albert en Anneke Grönloh, maar al jong (en oud nog steeds) principieel opererend vanuit het motto: wat ik maak, bepaal ik zelf!
Voor haar eigen theaterprogramma’s – met indrukwekkende muzikale solo’s tussen 1985 en 2010 – maakte zij een keuze uit de bestaande teksten die zij wilde zingen van onze belangrijkste literaire liedauteurs: Jan Boerstoel, Hans Dorrestijn, Ivo de Wijs en Willem Wilmink. En ook bepaalde zij over welke onderwerpen en met welke invalshoeken zij nieuwe liederen wilde laten schrijven door dezelfde namen en door anderen binnen haar schrijfteam, zoals Jurrian van Dongen en George Groot. Haar bewondering voor al deze auteurs (en andersom!) klinkt door in haar vertolkingen en in de interviews die Knebel met haar had voor dit boek. 
 



Dit boek: een project waar zij aanvankelijk niet veel zin in had, lezen we al meteen in Knebels voorwoord en dat verklaart mogelijk waarom de inhoud nogal aan de oppervlakte blijft. Ik begrijp ook niet zo goed waarom Knebel, behalve Arean zelf, slechts (en ook nog eens eenmalig) sprak met haar tekstschrijvers George Groot en Ivo de Wijs, haar impresario Brigitte van Gool en haar zangleraar Ale van Dijk. Waarom bijvoorbeeld niet met de collega’s met wie zij duoprogramma’s maakte: Willeke Alberti, Wende Snijders en Lucretia van der Vloot? Of met Joost Prinsen, met wie zij Tip Top speelde? En bovenal: waarom niet met haar vaste regisseur Ruut Weissman? Juist hij is iemand die vakmatig met meer afstand kan kijken. En ik mis de stem van haar pianist-componist Martin van Dijk (1946), maar daar kan Knebel niets aan doen: Van Dijks stierf in 2016, 69 jaar oud.

Achterin het boek staan tien voor Arean belangrijke liedteksten: een van Ischa Meijer, met wie zij van 1980 tot 1982 getrouwd was, een van Hans Dorrestijn en een van Robert Long. Twee bijdragen zijn van Jan Boerstoel, George Groot en Ivo de Wijs. Blijft nummer tien over: De mooie dingen, geschreven door Jurrian van Dongen. Ik nam het lied op in Gedicht Gedacht (lees en luister hier), omdat het motto ervan voor honderd procent op die en deze dagelijkse rubriek van toepassing is. Namelijk: dat ik die schrijf om onderweg de mooie dingen aan te wijzen.

 

 

Archief 2019