Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 16 - 115. Handgemaakt [3/3]

donderdag 25 april 2019

Vervolg van gisteren.

Het zijn gelukkig niet alleen kopdichten, want die methode vond ik bij Ronald Snijders (lees hier) al vergezocht. Iedereen verbleekt naast een bietensmoothie bestaat uit een heuse readymade (lees hier), gevolgd door vijf kopdichten en twee gedichten (lees er een hier) waarin we de dichteres van De maagden moeten bloeden, Brouwers poëziedebuut uit 2018, herkennen. 

 


Kopdicht

 

Het tweede boekje, Lieve, begint eveneens met een (soort van) readymade, gevolgd door twee gedichten, zes kopdichten en vier boodschappen aan overledenden, aangeduid als E, A, J en voor H altijd voor H. Jullie worden gemist. H is dan ook Lieve.




De vijfde gestorvene, W, schreef een soort van voorwoord:

…Ieders dagen zijn geteld, die van mij inderdaad nu getelder. Dat is geen Nederlands, maar duidt vrij precies waar het om gaat. Uiteindelijk zitten we in hetzelfde schuitje mar ik sta op de voorplecht. Je hebt eigenlijk geen voorstellingsvermogen nodig, eerder het zelfbesef van eindig te zijn. Sorry, als ik wat streng klink. Ik zoek nog naar de juiste toon…
Wilbert Cornelissen (1958-2018).

Archief 2019