Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) verandert 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2020 (deel 1: A-L en deel 2: M-Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 9 uur.

Week 16 - 115. Handgemaakt [3/3]

donderdag 25 april 2019

Vervolg van gisteren.

Het zijn gelukkig niet alleen kopdichten, want die methode vond ik bij Ronald Snijders (lees hier) al vergezocht. Iedereen verbleekt naast een bietensmoothie bestaat uit een heuse readymade (lees hier), gevolgd door vijf kopdichten en twee gedichten (lees er een hier) waarin we de dichteres van De maagden moeten bloeden, Brouwers poëziedebuut uit 2018, herkennen. 

 


Kopdicht

 

Het tweede boekje, Lieve, begint eveneens met een (soort van) readymade, gevolgd door twee gedichten, zes kopdichten en vier boodschappen aan overledenden, aangeduid als E, A, J en voor H altijd voor H. Jullie worden gemist. H is dan ook Lieve.




De vijfde gestorvene, W, schreef een soort van voorwoord:

…Ieders dagen zijn geteld, die van mij inderdaad nu getelder. Dat is geen Nederlands, maar duidt vrij precies waar het om gaat. Uiteindelijk zitten we in hetzelfde schuitje mar ik sta op de voorplecht. Je hebt eigenlijk geen voorstellingsvermogen nodig, eerder het zelfbesef van eindig te zijn. Sorry, als ik wat streng klink. Ik zoek nog naar de juiste toon…
Wilbert Cornelissen (1958-2018).

Archief 2019