Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 16 - 113. Handgemaakt [1/3]

dinsdag 23 april 2019

Beste Frank, 
Wat fijn dat jij mijn zelfgemaakte boekjes wilt. Hier zijn ze: 
Iedereen verbleekt naast een bietensmoothie en Lieve.

Zo begint Katelijne Brouwer haar brief, waarin ze vervolgens de aanleiding voor die twee publicaties nog eens uiteenzet:

Vorig jaar september begon ik gedichten te plakken van Het Parool, zoals Ronald Snijders heeft gedaan met zijn kopdichten (lees hier, FV). In die tijd werkte ik aan mijn debuutbundel De maagden moeten bloeden, die in januari is verschenen bij Uitgeverij De Harmonie (lees hier en hier en hier, FV). Naast het herschrijven, schrappen en ordenen aan mijn debuut wilde ik regelmatig iets nieuws maken. Als een monnik verknipte ik eens per week de krant tot vers. Dat werd een manier om met rotnieuws om te gaan. Van der Laans ziekte greep me aan, vanaf zijn optreden in Zomergasten was hij een doodzieke medekankeraar voor me geworden. Hij stierf. #MeToo explodeerde en mijn eigen trauma’s ontwaakten. Het nieuws overspoelde me, de media belaagden me. Ik kon me er of voor afsluiten of een manier vinden om me ertoe te verhouden. Dat werd mijn wekelijkse knip- en plakwerk.

In een paar weken had ik mijn eigen strenge grammatica gevonden:
één krant per gedicht, altijd de zaterdagkrant, altijd
Het Parool;
daarvan alle koppen en tussenkoppen uitknippen en dan pas kiezen;
altijd de hele kop gebruiken of niet gebruiken, dus niet woorden wegknippen of half gebruiken of kleine letters in hoofdletters veranderen of leestekens toevoegen of weglaten (pas bij een andere kleur of lettertype mag ik de schaar erin zetten);
het moet op één A4 passen en ik plak het op, in de week na verschijnen van de krant.

De ene keer val ik voor het nieuws, een andere keer voor opmerkelijke alliteraties en dan weer voor vorm en kleur van mijn koppen.
Het Parool is nog steeds ‘World’s Best Designed Newspaper’! Van mijn meest geslaagde krantenverzen maak ik briefkaarten. Ik troost een vriendin die 42 jaar voor het Slotervaart heeft gewerkt met het blijven noemen van haar ziekenhuis is mijn wekelijkse plakvers. Van een paar van deze collagegedichten met nog een readymade en een vinnige eindconclusie maakte ik voor een jarige vriend Iedereen verbleekt naast een bietensmoothie. Dat boekje bleek een ode aan Van der Laan. Ik plakte vlijtig verder. Femke Halsema werd de  nieuwe burgemeester van Amsterdam en ik besloot om nog een boekje te maken, dit keer vooral over haar eerste weken als burgemeester.   


Die twee boekjes kocht ik en liggen hier voor me op tafel.

Wordt vervolgd.

Archief 2019