Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 16 - 112. Ik wou dat ik...

maandag 22 april 2019

Editie 2018



Er is een nieuwe, met tachtig gedichten uitgebreide herdruk van Ik wou dat ik twee hondjes was. Ondertitel: Nederlandse nonsenspoëzie en plezierdichterij  van de 20ste en (nu ook) 21ste eeuw. Ik blijf het vreemd vinden dat ook de vierde editie – de bundel verscheen in 1982 en werd aangevuld heruitgegeven in 1983 en 2003 – niet vermeldt dat het gedicht waaraan de uitgave haar titel dankt, getiteld Spleen, van Michel van der Plas is, die het ontleende aan een Duits kwatrijn. Samensteller Vic van de Reijt schrijft het opnieuw toe aan Godfried Bomans: 

Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen. 
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.

(Lees hier over de oorsprong.)


De variant die Ivo de Wijs erop maakte (Spleen 2), staat er natuurlijk ook in:

Ik zit wat voor het vensterglas
te klooien in de keuken.
Ik wou dat ik twee hondjes was…

 

Editie 2003


Tachtig nieuwe nonsens- en plezierdichten dus, waarmee de keuzes uit het werk van Hans Dorrestijn, Drs. P, Frank van Pamelen, Lévi Weemoedt, Ivo de Wijs, Willem Wilmink en anderen zijn verruimd. Ook Driek van Wissen hoort in dat rijtje thuis (lees hier).

Maar er zijn ook veel nieuwe namen, onder wie oudgedienden als Maarten Biesheuvel, Louis Lehmann en Ilja Leonard Pfeijffer (lees hier) en nieuwkomers als Michèl de Jong (de biograaf van Heinz (Drs. P) Polzer), Marjolein Kool en Jaap Robben. Van de drie laatsten elk een plezierdicht, waarbij we halveren van acht (een ollekebolleke) naar vier en naar twee regels.


A.C. Baantjer

Opzet boek 90
er wordt een moord gepleegd
dan zoekt De Cock uit 
wie dat heeft gedaan

na enig speurwerk en
reënsceneringen
wijst hij ten slotte
de moordenaar aan





Michèl de Jong




Uitgerekend

‘Tijd is geld’, zo sprak de ober
en dat was voor ons een strop,
want hij telde toen de datum
vlotjes bij de nota op.

 


Marjolein Kool



Caravan

Als je de caravan ziet bewegen
zit men niet om bezoek verlegen

 


Jaap Robben


De oerversie: editie 1982 en 1986

De verantwoording is slordig. Zo komt Age Bijkaart na Meindert Burger, dus je begrijpt dat hier geldt: ie-jee = ij. Maar waarom dan Ivo de Wijs vóór Willem Wilmink? Helemaal bont wordt het alfabet als Jaap Robben pas volgt na Karel van het Reve, A. Roland Holst en Griet Rijmrok. 

Maar dit is geen recensie, maar juist een aanbeveling. Ik wou dat ik twee hondjes was moet bij iedereen in de kast staan of op tafel liggen en nog liever allebei.

Archief 2019