Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 13 - 92. Curieus [W] (alsnog)

dinsdag 02 april 2019

Eind 2018 schreef ik in deze rubriek over curieuze boeken van A tot Z, dus 26 afleveringen – nee, 25, want nu ik terugkijk zie ik dat ik de letter W heb overgeslagen. Ik weet wel waarom: het verhuisde boek dat daarvoor in aanmerking kwam, was toen nog niet uitgepakt. Ik heb gedacht: dat komt later wel. Nou ja, nu dan toch pas.

Dat dàt boek de curieuze letter-W-keuze zou worden, wist ik al wel, want ik koester het. De Jobstijding is de titel, in 1995 uitgegeven door Elleke en Ivo de Wijs ter gelegenheid van hun vijftigste verjaardagen. Nou ja, uitgegeven: Overlijdensadvertenties in strikt besloten uitgave gebundeld staat voorin gedrukt. Ze deden het cadeau aan vrienden met de waarschuwing dat de uitgave illegaal is.

 



Ivo de Wijs verzamelde al decennia grammaticale ontsporingen in rouwadvertenties, al kwamen er al snel fraaie voorbeelden van geestelijke ontsporingen bij. Hij sprokkelde ze zelf bij elkaar, maar kreeg er, toen zijn hobby eenmaal bij familie en vrienden bekend was, ook steeds meer toegestuurd.  Die vijftigste verjaardag vormde een goede reden daar een keuze uit te maken. Als hun beider feestgeschenk. Ivo de Wijs: “ Elleke vond niet alleen dat het er moest komen, maar zorgde er ook voor dat het er kwam.”

Twee voorbeelden. Het eerste is zo’n grammaticale blunder. “Tot mijn onbeschrijfelijke droefheid is er een abrupt einde gekomen aan het langdurig lijden van mijn innig dierbare echtgenote”. Met andere woorden: hij had haar graag nog wat langer zien wegkwijnen. Het tweede niet op vorm, maar op inhoud. Een familie spreekt haar dankbaarheid uit voor wat haar “dierbare man en “lieve papa” – 33 jaar oud en “geheel onverwachts” overleden – voor hen heeft betekend. Maar eronder staan een advertentie voor dezelfde overledene van zijn geheime minnares, die schrijft: “Alleen wij samen wisten hoe sterk onze vriendschap was”, met als bewijs dat zij “nu een kindje van je dragen mag”. Na het lezen van die advertentie is het beeld van de “dierbare man” en “lieve papa” intern waarschijnlijk toch wat bijgesteld! 

Ik had de afbeeldingen hier graag afgedrukt, maar er staan namen en adressen in de advertenties en dan mag dat dus niet. 
Ook de afbeelding die de aanleiding is van dit logboek – wat me terug bij de vergeten letter-W  bracht –, neem ik niet op, maar ik zal eruit citeren. Vanmiddag (dinsdag 2 april) las ik in het Parool de overlijdensadvertentie van een man die op 89-jarige leeftijd in Amsterdam is overleden en wordt omschreven als schoolmeester, schrijver, verteller, dichter. De advertentie is groot, maar valt vooral op omdat het bovenste deel ervan bestaat uit een handgeschreven gedicht. Van de overledene zelf en gedateerd februari 2019, dus niet veel langer dan een maand voor zijn dood. Ik lees:

De avond valt
de dichter zwijgt
hij luistert naar de stilte

Het bergpad versmalt
dat hij bestijgt
warmte maakt plaats voor kilte

Op de heuveltop
schrijft de dichter op
wat hem onderweg door het hoofd ging

over donker en licht
en de zwijgende plicht
van ’t gedicht dat hem nog boven ’t hoofd hing

Hij rondde het af
stak het weg en begaf
zich naar huis en naar bed en ging slapen


Niks mis mee: geen al te grote ontsporingen en Ivo de Wijs zou de advertentie daarom niet hebben uitgeknipt, maar zijn opgevallen zou die hem wel. 

 

Archief 2019