Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 11 - 82. Volksheld des Vaderlands

zaterdag 23 maart 2019

[1]
Vroeger, als mensen mij vroegen waarom ik nooit over politiek schreef, zei ik altijd: ‘Ik heb zo’n standaard, saaie linkse mening. Dat is niet origineel.’
Inmiddels behoor ik tot een minderheid. Ik vind Thierry Baudet verschrikkelijk en dat is origineel. Toch maakt het me niet per se gelukkig.

Van mij mag je de meningen van Thierry Baudet delen. Wat ik moeilijk te begrijpen vind, is dat je, zelfs als je zijn meningen deelt, niet valt over de persoon Thierry Baudet zélf.

Baudet, zo drong tot me door toen ik zijn 21 minuten durende speech zat te bekijken, is net zo’n personage dat in een vrij slechte film de megalomane politicus verbeeldt. In die film, met matig script, staat op een dag een man op, die de meest bizarre teksten begint uit te slaan en daarmee het volk achter zich krijgt. De scenarioschrijver heeft de teksten opzettelijk net een beetje té belachelijk gemaakt, anders is de film niet vermakelijk.

-----

Het was dit gedicht waaruit Thierry (de Slingeraar) Baudet woensdagavond verkeerd citeerde. De zon was mij nooit opgevallen als hij niet steeds onderging schrijft Wigman; De zon was mij nooit opgevallen als hij niet was ondergegaan, maakte Baudet er rommelritmisch van. 
De betekenis is niet veel anders, maar toch: de Erven Wigman protesteerden, want het was al de tweede keer dat de nieuwe politieke Volksheld des Vaderlands citeert uit het werk van Wigman en daarmee "de poëzie in een context plaatst die mijlenver van het wereldbeeld van Wigman staat”.
De eerste keer was tijdens de Algemene beschouwingen na Prinsjesdag, september 2018, toen Baudet dit gedicht verkrachtte. Hij liet wat woorden en regels weg en verlaagde van

o mooie dingen en mijn mond benoemt het
voor ik me met het domme zwart verzoent heb

tot

o mooie dingen en mijn mond benoemt het
voor ik me met de rituele schijndebatten hier verzoend heb

[Zie dat hier.

De familie: “We hebben de uitgever gevraagd of juridische stappen zin hadden. Dat bleek niet zo te zijn. Daarom willen we nu het voor de tweede keer gebeurt ons gevoel hierover publiek maken, zodat we duidelijk kunnen maken dat het wereldbeeld van Baudet niet dat van Menno is.’’

-----

[2]
Als die politicus bijvoorbeeld om elf uur ’s avonds een speech geeft, noemt hij dat: ‘Te elfder ure. Letterlijk.’ Hij zegt ook steeds dingen over de uil van Minerva en ‘onze boreale wereld’. Ik weet trouwens dat Baudet met die term nostalgisch refereert aan de tijd, tienduizend jaar geleden, dat iedereen in deze regionen nog blank was. Hij verbindt dat droomtijdperk met de periode dat in Europa ‘de mooiste muziek die ooit onder de sterrenhemel heeft bestaan’ werd gecomponeerd. Naar mijn weten gebeurde dat duizenden jaren later. Maar misschien heb ik iets gemist en werd er in de boreale wereld een rijk oeuvre gecomponeerd met stokjes en stenen.
Enfin, ik kan wel zinnen blijven aanhalen uit dat zogenaamde slechte filmscript – zo wil Baudet ook ‘de euro ontvlechten’, en ik vraag me dan af hoe je een euro ontvlecht. Maar het is geen slecht script, het is de realiteit, en in die realiteit zegt Baudet dingen als: ‘Wij zijn het vlaggeschip van de renaissancevloot en andere schepen kunnen zich bij ons voegen.’


-----




Ook Freek de Jonge (kijk hier) maakte zich boos op Baudet en wel bij de opening van het Boekenbal, vrijdagavond (22 maart), toen hij zich stoorde aan het feit dat een zaal vol genode wetenschappers, journalisten en kunstenaars zich niet genoodzaakt ziet zich teweer te stellen tegen onder meer deze uitspraak uit Baudets overwinningsspeech van woensdagavond:


We worden ondermijnd door onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen.

Baudet zal ook daar niet van wakker liggen. Misschien ook niet van Aaf Brands Corstius’ column uit de Volkskrant van vrijdag (22 maart), maar raak was die wel. Ik citeerde hierboven in blauw) al de eerste twee passages; hieronder, na een foto van haar, het slot:




[3]
Dat je zo’n figuur geamuseerd bekijkt in een speelfilm is één ding, maar dat je daar je stem aan geeft, kan ik bijna niet bevatten.
Maar toen moest ik denken aan het enthousiaste artikel dat Baudet vijf jaar geleden schreef over zijn toenmalige voorbeeld, de agressieve Amerikaanse datingcoach Julien Blanc. Zo’n man die cursussen gaf over hoe je vrouwen je bed in moest kletsen. Baudet was nog een nobody en profileerde zich als voorstander van die flirtcoach.
‘De realiteit is dat vrouwen niet alleen maar met omzichtig ‘respect’ behandeld willen worden door hun sekspartner; dat ze helemaal niet willen dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert: de realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden’, schreef Baudet toen.
Die techniek past Baudet nu toe op een heel land, en het lijkt nog te werken ook.


Archief 2019