Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 11 - 79. Zenith

woensdag 20 maart 2019


De prachtige foto's zijn van Annabel Oosteweeeghel
 


Prachtig artikel (van Fabian van der Poll) in NRC-Handelsblad, zaterdag jl. over Zenith, het kampioenspaard van springruiter Jeroen Dubbeldam, dat na dit weekeinde met pensioen gaat. Ontroerend door vooral het slot: Dubbeldams epos met Zenith kent ook een minder fraai hoofdstuk…

Een paar citaten: 

Zijn naam is gekrijt op een bordje naast zijn stal, alsof Dubbeldam en zijn zeven personeelsleden ooit een geheugensteuntje nodig hebben om te weten dat hier het beste paard van stal huist. […].
Hij was de prins van de stal, zij het een zonder ballen. Zo sensibel dat-ie al opveert bij een kuchje. […] “Zenith is overgevoelig. Hij reageert zeer snel. Te snel. Als hij een verkeerde stap maakt, heeft hij daar last van. Ik moest hem rust geven, vertrouwen, zorgen dat alles soepel verloopt. En vooral, hem laten uitblazen.”

Goede ruiters zijn er zat, goede paarden ook. Het zit ’m in de combinatie. Een diepe vertrouwensband tussen mens en dier, wat bij Dubbeldam in Zenith leidde tot groot succes. […] Ze wonnen samen alles wat er te winnen viel. Het hoogtepunt: de Wereldruiterspelen in Caen, waar Dubbeldam in de periode van zijn scheiding de wereldtitel veroverde en daarna zijn dochter vastgreep voor een innige knuffel. De omhelzing zou genomineerd worden voor het sportmoment van 2014. […]

Net als in de mensenwereld is er in de stal van de bekendste springruiter van Nederland een tijd van komen en gaan. Is het beste ervan af, dan wordt er gekozen voor “jonger spul”; paarden die zijn opgeleid in de jaren dat Zenith de prijzen moest pakken.

Dubbeldam: “De stal is als een voetbalelftal, met mij als hoofdcoach. Ik selecteer talenten, leid op en bekijk individueel wat het juiste trainingsschema is. De beste die ik heb, stel ik op. Worden anderen beter, dan is het tijd voor een wissel.”
En net als sommige voetballers krijgen een paar paarden hun eigen afscheid. Zondag valt die eer ten deel aan Zenith, die bij Indoor Brabant nog één ereronde zal lopen onder begeleidende klanken van zangeres Glennis Grace.
Erna wacht het leven dat zijn twee voorgangers leiden: een paardenpensioen. Beetje weidegang, maar niet te lang. Even de tredmolen in om de spieren los te houden. Zo nu en dan met een ruiter de binnenbak in. Maar het merendeel van de dag kalm geknabbel in het stro. “Ze hoeven ook niet meer aan het krachtvoer.”



Gestoken in laarzen stapt Dubbeldam door zijn stal, langs paarden van wie sommigen hun hoofd door de ijzeren staldeuren steken als ze hem zien naderen. Bij de servetwitte hengst achterin houdt hij halt. Dubbeldam aait het paard en grist twee snoepjes van suikerklontjesformaat tevoorschijn die de schimmel gretig wegwerkt. Dit is de nestor van de stal, De Sjiem, uit 1989. Met hem luidde Dubbeldam zijn carrière in en won hij in 2000 individueel goud won op de Spelen van Sydney. Hij vernoemde zijn complex naar het paard. […] De jonge god is nu hoogbejaard. Zijn gewrichten zijn als die van een honderdjarig mens. Nog even en De Sjiem zal hem voorgoed verlaten, Dubbeldam weet het. […]

Zo rond kwart over acht in de ochtend zoekt Dubbeldam zijn paarden op. Even de box in om hun leden met het blote oog te scannen op kwetsuren als een dik been. Hij doet dit ook voor de chemie die nodig is om topsport te bedrijven. Want niet de ruiter maar het paard bepaalt of hij een hindernis neemt. De vraag is altijd: is de baas het waard om voor te springen?
Kunst van het vak? „Dat een paard respect voor je heeft, maar niet bang is. Net als bij het opvoeden van kleine kinderen. De Sjiem was zo brutaal dat het lang duurde voordat we elkaar vonden.” […]

Zijn epos met Zenith kent ook een minder fraai hoofdstuk: het veilingdebacle. Dubbeldam wist dat hij na de Spelen van Rio 2016 afscheid moest gaan nemen van zijn wereldtopper. […] De eigenaar, Springpaardenfonds Nederland, wilde Zenith verkopen. Er lagen miljoenen in het verschiet, ambitieuze sjeiks genoeg.

Dubbeldam wist dat het zo werkt in een business als de paardensport. Zelf is hij ook sport- én zakenman. Om de beste te zijn, moet hij de beste paarden onder zijn hoede hebben. Maar een sportpaard kost minstens 5.000 euro per maand. Los van de vluchten en hotels voor zijn ruiter. Om zijn bedrijf te financieren, moet Dubbeldam ook paarden verkopen. Niet de beste, wel de op één na beste. “Als het beeld ontstaat dat ik alleen mijn slechte paarden verkoop, kan ik de tent wel sluiten.”

Nadat Zenith was opgehaald om online te worden geveild, was het voor Dubbeldam alsof alles wegviel. “Een kaartenhuis dat instortte. Wekenlang had ik geen doel.”
De veiling mislukte. Er werd zo laag geboden dat het Springpaardenfonds ingreep en met 800.000 euro zelf het hoogste bod plaatste. De verklaring? Zenith is geen kant-en-klaar-toppaard. Zonder de ruiter die zijn grillen kent, heb je er weinig aan, had een sjeik vooraf al laten weten.
Terug in bruikleen bij Dubbeldam behaalden ze nooit meer hun topniveau. Het was als een liefdesrelatie die wekenlang uit is geweest, met het afscheid verdween de chemie. Slecht werd het nooit, maar de top raakte steeds meer uit zicht. Na twee gevallen balken vorig jaar in het Slowaakse Samorin, wist Dubbeldam dat het feest over was.




Na de ereronde van zondag wacht Zenith zijn oude dag. Dubbeldam is beloofd dat het paard voor altijd bij hem zal blijven. Tot de laatste snik.



Archief 2019