Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 10 - 75. I.M. Henk Pothoff [1/2]

zaterdag 16 maart 2019



Ik schoonde de kunstboekenkasten op en stond met Was ik maar brugwachter geworden in handen, dat mooie boek met foto’s van Henk Pothoff, in 2010 uitgegeven t.g.v. zijn 65ste verjaardag. De krantenartikelen die na zijn dood verschenen, liggen hier nog op tafel.
Begin november kreeg Pothoff de diagnose longkanker en genezing leek mogelijk. Maar 11 december werd een longontsteking hem fataal. 

Fotgraaf Bob Bronshoff sprak op de begrafenis en zei: “Henk heeft mij geleerd wanneer zwart zwart is, hoe wit wit mag zijn en wanneer iets scherp is. Daar werd niet mee gerommeld. Een nauwelijks waarneembaar stofje of een ultralichte kleurafwijking en zo’n print verdween in de prullenbak.”
En ook: “Hij werkte voor 50 procent op techniek en voor 50 procent op gevoel. En dat gevoel zat er maar zelden naast. […] Pothoff was een aimabel man met een uitgesproken liefde voor zijn vak.”
 



Pothoffs vader was fotograaf bij een grafisch bedrijf in Amsterdam. En hoewel die hem voorhield dat hij beter brugwachter kon worden – vandaar de titel van dat boek met foto’s die hij maakte in de jaren zestig en zeventig – trad zoon al jong in diens voetsporen: op zijn 14de begon hij als leerling-lithograaf en later werd hij lithograaf bij Kunstdrukkerij Luii & Co, een onder kunstenaars en grafici gerenommeerd Amsterdams bedrijf.

Zijn fotoreportages van de creaties van modeontwerper René Gerretsen verschenen paginagroot in De Telegraaf. Hij fotografeerde het huwelijk van prinses Margriet en maakte heel veel, zeer uiteenlopende portretten: van onder anderen demonstranten, sporters en heel veel theaterpersoonlijkheden. 



Vanaf 1976 had hij zijn eigen bedrijf, dat boeken, posters en magazines lithografeerde: van de spraakmakende affiches van Anthon Beeke tot prints van het werk van Koos Breukel. En hij deed de lithografie en kleurseparaties voor zeef- en steendrukken. Omdat eenartist proof bij de honorering hoorde, kon hij daardoor een indrukwekkende verzameling grafiek opbouwen, waaronder werk van Marlene Dumas, Ger van Elk en Jeroen Henneman. Dáár zou nog eens een catalogus van gemaakt moeten worden.

Tot die tijd doen we het met zijn prachtige foto’s.

Archief 2019