Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 9 - 68. Detlev [1/3]

zaterdag 09 maart 2019



De naam Detlev van Heest kende ik alleen van Ik ben ik niet, een bundel, uit 2014, met bespiegelingen en  boekbesprekingen die J.J. Voskuil (1926-2008) in de jaren vijftig schreef, dus vóórdat hij Bij nader inzien (1963) en de zeven delen van Het Bureau (1996-2000) publiceerde. 
De helft van Ik ben ik niet bestaat uit de weergave van gesprekken die Detlev van Heest had met Voskuils weduwe Lousje Haspers en daaruit bleek al Van Heests bijzondere schrijfstijl: zakelijk, nuchter, humoristisch, zeer eigenzinnig en meester van de dialoog – echt een literaire zoon van Voskuil dus, met wie hij de laatste jaren van Voskuils leven ook bevriend was geraakt.

‘Vroeger was een boek nog een gebeurtenis. Een boek!’
‘Dat krijgen ze nu met
Ik ben ik niet.’
‘Als ze dat tenminste nog lezen. Ze hebben er geen tijd meer voor.’
‘Dan dragen we met dit boek de literatuur ten grave. Het is het passende besluit van de literatuur. Hierna kan de boekdrukkunst worden afgeschaft.’
Ze lachte. ‘Ja, het passende sluitstuk.’
‘De recensenten zullen zich op
Ik ben ik niet storten.’
‘Zou het?’ Ze stond op. ‘Wil je een boterham?’

Ook van de flaptekst:
Detlev van Heest (1956) is parkeercontroleur in Hilversum en de schrijver van De verzopen katten en de HollanderPleun en Het verdronken land.
 



Boeken die ik niet kende dus, maar toen kocht ik die bibliofiele uitgave: In de hof van Van Eeden, prachtig uitgegeven door Hof van Jan. En ik dacht: o ja, Voskuil... En ik las In de hof van Van Eeden, vond het boekje prachtig en schreef er toen ook over (lees hier). Ik wist: die naam moet ik onthouden.

Wordt vervolgd. 

Archief 2019