Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 10 - 71. Jip wordt acht

dinsdag 12 maart 2019


Jip aan de Merwede


Vaste lezers weten nu van reu Ol  - kruising van een Chihuahua met… ja, met wat: een keeshond? – en wisten al veel langer van poes Cloch’. Het derde dier is teefje Jip. Vandaag jarig en daarmee weer net zo oud als Ol, met wie zij al haar hele achtjarige leventje samen is. Beide beestjes zijn onafscheidelijk.

In de Stroomwaard werk ik beneden en wonen wij boven. Jip is een (kruising met een) teckel en de bouw van dat ras geeft veel kans op rugklachten en verbiedt haar daarom te traplopen. En dus dragen wij haar voor elke wandeling naar benden en erna weer naar boven.

Ik heb een paar jaar geleden een staaroperatie ondergaan en zie sindsdien met één oog goed van dichtbij en met één oog goed van veraf. Ik heb daar lang aan moeten wennen, maar vind het uiteindelijk toch een luxe, want ik heb nooit meer een bril nodig: niet in de auto, niet om te lezen.
Maar toch is er één probleem: met het zien van diepte klopt er vanaf dat moment iets niet, waardoor traplopen beangstigend is. 

Roltrappen mijd k sindsdien, maar ook de trappen aan de rivierdijk – van de dijk naar het water – durf ik op noch af. En helaas zie ik ook in de trap van en naar de eerste verdieping van ons woonhuis alleen maar gevaar.

Al sinds wij hier wonen, droom ik ’s nachts dat ik met Jip naar beneden val. Sinds de vele dagelijkse tochten, waarmee er routine in het dalen en dragen kwam, leek dat over. Maar sinds de afgelopen week leggen onbekenden opeens dingen op de trap – dozen,  flessen en anders obstakels –, waardoor ik toch weer val.
 


Nou ja, in mijn dromen dan, niet in het echt, want daarin zal haar, ook de komende acht jaar, niets gebeuren. 

Archief 2019