Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 6 - 45. Odes

donderdag 14 februari 2019




Wat een prachtig boek: Odes van de Vlaamse auteur David van Reybrouck (1971), vooral bekend van zijn historische werk over Congo.

Op het online journalistieke platform De correspondent bezingt hij sinds begin 2015 (ik citeer): regelmatig iets, iemand of ergens: de ex, de lente, Leonard Cohen, de poetsvrouw, de mislukking en natuurlijk de liefde. Een aantal van de loftuitingen is nu gebundeld.

Boek dat op ieders nachtkastje moet liggen. Voor als je niet kunt slapen en wilt mijmeren over wat je ook alweer drijft: iets, iemand of ergens… Hieronder één ode voor wie mijn ode nog niet overtuigend genoeg is.


Ode aan Joost Zwagerman

We zaten te eten op de Kunstberg in Brussel. Joost, Maaike en ik. Joost was hier enkele dagen, zijn geliefde Maaike is al jaren een hartsvriendin. We praatten eindeloos; over Brussel, over Nederland, over beeldende kunst. Praten met Joost Zwagerman was iets tussen kijken naar een fonkelende fontein en deelnemen aan een zwierig spel met meningen, overtuigingen, inzichten en kennis.God, wat was die man erudiet. Joost was gretig, gulzig en vurig ineen. Een kunstberg op de Kunstberg.
Ik zei hem dat ik diep onder de indruk was van 
Door eigen hand, zijn boek over zelfdoding. Ik had het gelezen toen ik vorig jaar enkele maanden in een oude boerderij in de Westhoek woonde en onderzoek deed naar zelfdoding bij jongeren in de streek. Ik vond het een bijzonder moedig boek. Een oproep tot leven - ondanks alles -, niet het gemakzuchtige argument dat iedereen zomaar recht heeft op zelfdoding. Zelfdoding moest moeilijk blijven, vond hij. 
Mijn compliment deed hem zichtbaar deugd. Het boek was hem zeer dierbaar. De mislukte zelfmoordpoging van zijn vader had hem diep beroerd. Dit mag je anderen nooit aandoen, argumenteerde hij, het laat een onuitwisbare stempel na. Nu besef ik: dit boek heeft hij vooral tegen zichzelf, tegen zijn eigen donkerte geschreven. Dat maakt het des te tragischer.
Wij schreven elkaar. Over het tijdschrift Humo, waar hij een column in had, over René Magritte, over zijn jeugd in Jette, over optredens en organisatoren. Wat een temperamentvolle, genereuze en geestige man was hij toch. Kunst, muziek, literatuur, americana: zijn nieuwsgierigheid was tomeloos, zijn enthousiasme aanstekelijk. Hij was zonder meer een van de soepelste pennen en gulzigste geesten van zijn generatie.
Begin september 2015 kreeg ik een hartelijke mail van hem: de avond in het Nederlands Uitvaartmuseum op de Amsterdamse begraafplaats De Nieuwe Ooster kon wat hem betreft doorgaan. De organisatoren hadden ons gevraagd om over zelfdoding te komen spreken. De cijfers waren in Nederland voor het zesde jaar op rij gestegen. Zo erg als in België was het nog niet - het zelfmoordcijfer bij ons is tweemaal zo hoog als in Nederland - maar sinds de crisis van 2007 is het aantal Nederlandse gevallen met maar liefst 37 procent toegenomen.
Joost had getwijfeld, het verlies van zijn vriend Rogi Wieg lag hem zwaar. Rogi was twee maanden eerder zelf uit het leven gestapt omwille van ondraaglijk psychisch lijden. De organisatoren stelden daarom voor om er geen klassiek debat van te maken, eerder een soort plechtigheid. We mailden en maakten afspraken. Joost ging een videofragment van Rogi tonen. Hij mailde: ‘In het filmpje stelt Rogi dat je mensen die vanuit een psychisch lijden een doodswens hebben, nooit zou moeten willen ondersteunen in die wens, dwz: nooit actief meewerken aan de zelfgekozen dood. Morgen verschijnt in NRC ook een opinie-artikel over Rogi’s dood, en naar aanleiding van dat stuk zouden we een gesprek kunnen verbreden, uitkomend op de vraag: hoe om te gaan met en te reageren op de doodswens van een dierbare…’ Of ik en de organisatie konden instemmen met dat voorstel, vroeg hij nog tot slot.
Een week later was hij dood.

Ik dacht dat zijn donkerste dagen voorbij waren. Hij maakte zoveel plannen. Wat was er in godsnaam met hem gebeurd, die dinsdag in zijn huis in Haarlem nadat zijn geliefde was gaan werken? Tegen al zijn principes en argumenten en teksten in? Welke afgrond was er in hem gevaren? Welke herfst sijpelde zijn borstkas in? Joost, toch.


Archief 2019