Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen. 
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn
terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! 

Op 1 januari 2020 kies ik ervoor niet meer dagelijks, maar weer wekelijks te schrijven.
Terug naar het Weekboek dus. De nummering laat ik weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 6 - 44. Bang als Van Weezel [2/2]

woensdag 13 februari 2019



Toen ik (van 1990 tot 2000) kunstredacteur was bij Trouw, leerde ik dat je in besprekingen nooit woorden gebruikt als ‘mogelijk’ en ‘waarschijnlijk’. “Het is zo of het is niet zo; je trekt niet jezelf in twijfel.”
Daarom was ik zo verbaasd dat de krant later de slogan ’Misschien wel de beste krant van Nederland’ ging gebruiken.

Zaterdag jl. (9 februari) stond in de beste krant van Nederland een prachtinterview met Max van Weezel, de beste journalist van Nederland. In zijn tweewekelijkse serie laat Arjan Visser, de beste interviewer van Nederland, iemand aan het woord aan de hand van de Tien Geboden.

Deze keer Max van Weezel (1951) dus: politicoloog, parlementair journalist, medewerker van Vrij Nederland, radiopresentator van Met het oog op morgen en Argos, auteur van een groot aantal boeken over de Nederlandse politiek en nog veel meer. Maar… voorjaar 2018 kreeg hij de diagnose alvleesklierkanker (lees ook hier), vreselijke ziekte waaraan ook twee van mijn broers overleden.

Vier treffende uitspraken van de man die beseft dat de Dood de deur heeft open gezet. Zij ontroerden me. 

1.
Ik geloof niet in God, maar het zou me enorm helpen om in deze tijd een houvast te hebben. Ik ging er een jaar geleden nog redelijk fris in. Alvleesklierkanker, grote nare operatie en een chemokuur die me ook niet erg is bevallen, maar toch: ik hield me vast aan de gedachte dat ik bij de 20 procent hoorde die het zou overleven. Tot ik in december te horen kreeg dat de tumor terug was. Sindsdien leef ik in een nachtmerrie. De laatste scan wees uit dat de tumor niet is gegroeid. Nu moet er weer een punctie worden gemaakt. Is een volgende chemokuur nodig? Zo ja, wat voor soort kuur? En hoelang heb ik dan nog? Een paar maanden? Een jaar? Ik ben bang. Bang voor het niets. Ik vind het een heel eng idee dat alles ophoudt. Dat het voorbij is.

2.
Ik moet ineens denken aan wat je eerder vroeg, over wat me bij gebrek aan een religieuze houvast dan wel kan troosten, en ik vermoed dat we het antwoord op die vraag in deze hoek moeten zoeken. Mijn leven trekt de hele dag aan me voorbij, een niet te stoppen film, en eigenlijk maakt alles me verdrietig, behalve de gedachte aan mijn ouders. Ik vind het prettig om te bedenken van welke boom deze appel is gevallen. In welke traditie sta ik? Wat kreeg ik mee? Wat geef ik mee? Maar vooral: wat ben ik meer dan een schakel in een ketting van generaties? Die relativering helpt. Even.

3.
Het hoort bij de packagedeal om, als lid van de orthodox-joodse gemeenschap, ook tegen abortus en euthanasie te zijn, maar de laatste tijd... Kijk, nu komt het moeilijkste deel van ons gesprek... Euthanasie. Als je er zelf niet over begint, is het de huisarts wel die je de vraag voorlegt: ‘Hebt u niet genoeg geleden?’ En: ‘Moeten we afspraken maken?' Wat nu als er uitzaaiingen naar de lever of naar de longen komen? […] Ik wil het moment waarop ik te veel pijn krijg liever voorkomen, ik wil het niet zo vreselijk benauwd gaan krijgen, maar ik heb tegelijkertijd een opdracht van mijn ouders meegekregen: je moet onder alle omstandigheden voor je leven blijven vechten. Wel, niet, wel, niet, wel, niet... Het maalt maar door mijn hoofd. Ik kom er niet uit.

4.
Ik ben ambitieus, maar ik heb anderen geholpen waar ik kon. En nu... Laatst, toen het nog lekker weer was, zag ik op een terrasje een paar zzp’ers achter hun laptops zitten en dacht: jullie zijn hier over een jaar nog steeds en ik waarschijnlijk niet meer. Is dat jaloezie? Misschien. Een beetje. Ik weet het niet. Het blijft maar tollen in mijn hoofd: moet ik echt al sterven? Ik zou nog zo veel kunnen doen.

O ja, de foto is van Mark Kohn, de beste portretfotograaf van Nederland.

 

 

 

 

 

 

 

Archief 2019