Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier, om persoonlijke redenen, niet meer terug te lezen. Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden: de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad. Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet uit losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd. Als ik ook die voorwaarde loslaat, zijn logboeken voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

In 2019 besluit ik de logboeken voortaan te nummeren, zodat zij gemakkelijk zijn terug te vinden - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan. En ja, oplettende lezer: meestal loop ik behoorlijk op de zaken (lees: data) vooruit: elke dag immers dient zich aan hoofd en hart veel méér aan dan te vatten is in één enkele aflevering. 

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Week 6 - 43. Wieringa [3/3]

dinsdag 12 februari 2019

[Vervolg van hier.]





Toen er twintig minuten later opnieuw schoten klonken, ging ik terug het weiland in. De man die ik alleen van gezicht kende, hees zich uit de sloot waarin ze hun jachtstelling hadden gebouwd, liep me tegemoet en zei: “Dit is niet de manier om dit op te lossen. Dit is niet jouw land. “
“Het jouwe ook niet”, zei ik. “Ik wil dat dit nu stopt.” Ik zag alleen zijn kleine blauwe oogjes die haat vonkten, de rest van zijn gezicht was verscholen achter een camouflagenet. 
Hij belde 112, nadat hij het keuzemenu had doorlopen , hoorde ik hem zeggen dat hij zich door mij bedreigd voelde, maar dat “meneer nu rustig lijkt”. De algemene situatie, zei hij, was nog altijd “onveilig, met de geweren en zo”.
Zie de man die dood en verderf zaait poseren als slachtoffer, het keffen van zijn laffe hondenziel. 
Ik zou, had ik besloten, net zo lang blijven tot ze zouden vertrekken. Terwijl ik tussen de maisstoppels ijsbeerde, raapten zij patroonhulzen op, verzamelden de lokdieren en gooiden de geschoten beesten op een hoop. Eén kauwtje leefde nog – het maakte kleine geluidjes, er trokken spasmen door zijn lijf. De man die nog altijd de alarmcentrale te woord stond met de telefoon aan zijn oor, nu om routeaanwijzingen te geven aan de politieauto, zette zijn laars op de kop van de kauw en perste die met zijn hak in de modder. Zo verliet een dier deze aarde, onder de hak van een onverschillige.
Een tiental kraaien en kauwen op een hoop, eenzelfde aantal ganzen en vier houtduiven. Een gans lag op zijn rug met zijn poten te maaien en blies bloedbellen uit zijn neusgaten. De mannen stapten eroverheen terwijl ze opruimden, Arjen V. wierp patronen uit de kamer. 
We spraken niet. Ik keek naar de lucht, naar kieviten en kauwtjes die overtrokken.
De tussenkomst van een politieagent even later was strikt genomen overbodig, maar bood ons de gelegenheid tot een rituele uitwisseling van standpunten over de jacht, waarbij zij in hun recht stonden en ik niet. Ook de boer, wiens land het was  en met wie ik vriendschappelijk omga, reeds langs. 
“We hebben het er nog wel over”, zei hij tegen mij voordat hij weer in zijn auto stapte. Arjen V. gaf me een hand en bood me de houtduiven aan voor consumptie, wat onder de omstandigheden iets grappigs had.
“Het beste”, zei ik.
De man achter het stuur grauwde iets onverstaanbaars en stuurde zijn landrover in de richting van het dorp.

’s Avonds aan tafel vertelde ik C. wat er gebeurde en huilde opnieuw; het zwierf al de hele dag als stille ontzetting door mijn lijf. Al dat bloed, zoveel dood; er is geen verschil tussen de jongen die de jagers op het erf van zijn vader zijn machteloze haat toezond en de man die het weiland in gaat om hun het jagen te beletten. Een kleine veertig jaar die ons scheiden, verder alles hetzelfde. Je blijft wie je bent.

Archief 2019