Logboek

De weekboeken van 2012 t/m najaar 2016 zijn op deze site niet meer terug te lezen.
Het Weekboek heet inmiddels Logboek en is letterlijk een Dagboek.

Van de zomer van 2017 tot mei 2018 vang ik mijn berichten in 120 woorden:
de lengte van het dagelijkse IK'je op de achterpagina van NRC-Handelsblad.

Daarna bestaan die 120-woordenberichten korte tijd niet meer uit
losse afleveringen, maar vormen zij een geheel, per aflevering genummerd;
begin juni laat ik ook die voorwaarde los: logboeken zjn voortaan zo lang als ze moeten zijn.  

Wel besluit ik eind maart 2019 om, met terugwerkende kracht, de logboeken van 2019 te nummeren, zodat zij makkelijker terug te vinden zijn - in de eerste plaats voor mezelf! Aan het einde van het jaar moet de teller op 365 staan.

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat ik elke ochtend
schrijf van 5 tot circa 8 uur.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende.
Met de links hierna ga je naar de inhoudsopgaven van 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en najaar 2016.

Week 5 - 34. Kooiman I.M. [2]

zondag 03 februari 2019

De tekst boven de overlijdensadvertentie van Dirk Ayelt Kooiman luidt: “Is er nog tijd om mijn boek te voltooien?” Dat schreef ik maandag 8 oktober in deze rubriek in mijn In Memoriam aan schrijver Dirk Ayelt Kooiman (lees hier).





Op de Boeken-pagina van Het Parool (zaterdag 12 januari) onthult Marjolijn de Cocq waarom Kooimans dochters kozen voor die uitspraak. Ik citeer uit haar column, getiteld Harnas:

Ga nou naar de dokter pap, hadden zijn dochters tegen hem gezegd toen zijn gezondheidsklachten toenamen. Zou hij doen. Maar eerst moest Dat Boek af. [] Hij had het, toen hij in het ziekenhuis terechtkwam, de artsen gevraagd: "Is er nog tijd om mijn boek te voltooien?" [] Nee, die tijd was er niet. Nèt niet. De laatste vijf pagina's van Kooimans roman Het gebeurde bleven ongeschreven.
Ze vertelden er afgelopen zondag over op het podium van De Kleine Komedie, Kooimans dochters Lotta en Jannetje; tijdens de jaarlijkse presentatie van het nieuwe boekenseizoen door De Harmonie waar de schrijver, vanaf dag één bij de uitgeverij betrokken, werd herdacht. Over de vellen papier die ze vonden op zijn bureau, het manuscript dat ze lazen en dat 'nog warm was, nog ademde en klopte'. [
]
Het lezen van het manuscript was voor zijn dochters een manier om nog even bij hem te zijn. Misschien, hadden ze gedacht, zouden ze al lezende het einde ontdekken. Al lezende begrepen ze ook waarom hun vader zijn gezondheidsklachten negeerde. Het waren 'de zinnen van een oerschrijver, in het harnas gestorven'.
Bij het abrupte einde waren ze op zoek gegaan naar wat er misschien nog meer te vinden zou zijn, naar iets wat op het einde zou duiden. Kattebelletjes vonden ze, met telkens tekstvarianten - zijn zoektocht naar de volmaakte zin. Ook (hier stokte Lotta's stem) een vergeelde krant, met een interview waarin hun vader de vraag werd gesteld waarom hij nooit verscheen in praatprogramma's. Een schrijver hoort aan zijn bureau, had Kooiman geantwoord. Fel: "Dat hij daarom minder boeken verkocht maakte hem niet uit."
Achter zijn bureau bleef Kooiman, tot het niet meer ging. En Dat Boek, het komt er. In oktober. De eerste bladzijden van 
Het gebeurde, voorgelezen door Jannetje, weerklonken over de Amstel.

Archief 2019