Logboek

Het Logboek (de edities van 2012 t/m najaar 2016 zijn hier niet meer terug te lezen) veranderde 1 januari 2020 weer van een dag- in een Weekboek. Elke week - een enkele keer iets vaker - schrijven over wat week maakt. Of zoals ik het tegenwoordig noem: ik ben in mijn leven onderweg om mooie dingen aan te raken. Vanaf juni 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan vier boeken in voorbereiding.

-----

Voor wie een handvat zoekt: met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links vooruit naar het volgende. Handiger echter zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021, 2020 (deel 1: A t/m F, deel 2: G t/m Ldeel 3: M t/m R, en
deel 4: S t/m Z), 2019 en 2018 en de logboeken van 2017 en (enkele van) najaar 2016.

-----

Dat in het beeld de klok op vijf uur staat, is omdat mijn dag al zolang ik mij herinner, altijd begint vóór vijf uur 's morgens, hoe laat het 's avonds ook wordt. En gezien mijn langdurige bestaan als avondmens - met beroepen als theaterjournalist, -programmeur- en directeur - lagen einde en begin vaak dicht bij elkaar en ze hebben elkaar ook dikwijls overlapt. Dan duurde de dag minstens 48 uur. Ik zie dat overigens niet als ijverige verdienste, maar als gelukkige bijkomstigheid. "Maar de slaap die je mist, gaat wel ten koste van je levensduur", voorspelde een arts mij ooit. Dat betekent: tien jaar minder geslapen, tien jaar minder geleefd? Geen win-winsituatie dus.

Week 4 - 30. Maarten [3]

woensdag 30 januari 2019

Vervolg van gisteren.




Maartens nummers zijn belangrijk lesmateriaal op de theateropleidingen. […] Paul de Munnik laat bij de lessen 
liedperforming op de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie de studenten zelf een lied uitkiezen waarmee ze aan de slag gaan om een tekst uit te beelden. Je bent als zanger tenslotte ook een acteur. Ongeveer de helft van de gekozen nummers komt uit het repertoire van Maarten. Joost Prinsen, eveneens zangdocent in Amsterdam en Frank Verhallen, docent aan de kleinkunstopleiding in Den Bosch, hebben precies dezelfde ervaring, en het zal op andere kleinkunstopleidingen niet anders zijn. Op enige afstand volgen de nummers van Theo Nijland. […]
Joost Prinsen: “Het merkwaardige van Maartens oeuvre was dat er geen zwakke plekken in zaten. Bijna onbehoorlijk zoiets. Iedere liedjesschrijver heeft wel wat kaf tussen het koren. Een opvul-nummertje voor een cd die bijna af is, een dingetje in opdracht van het een of het ander. Maar Maarten had geen aanleg voor het schrijven van een zes min. Of hij mieterde ze de prullenmand in voor iemand er lucht van kreeg.”  

Archief 2019